Atypische myopathie, ook weidemyopathie genoemd, is een acute spierziekte bij paarden die buiten lopen. De ziekte verloopt vaak snel en loopt vaak slecht af. Handel daarom bij het eerste signaal. Deze gids legt uit wat het is, welke esdoorns een risico vormen, wanneer het gevaar het grootst is en wat je op de wei kunt doen. Bij een vermoeden bel je meteen de dierenarts.
Wat atypische myopathie is
Het Universitair Dierenziekenhuis Utrecht (UDI) beschrijft de ziekte als een weidegerelateerde spierziekte: ze komt voor bij paarden die in de wei lopen en niet of nauwelijks worden bijgevoerd. De vetstofwisseling raakt verstoord, waardoor spiercellen kapotgaan. Het gaat vooral om de spieren voor staan en ademhalen. De naam "atypisch" komt doordat de ziekte anders is dan de spierbevangenheid na inspanning.
De oorzaak is een gifstof, hypoglycine A. Die zit in zaden en zaailingen van de gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), in mindere mate ook in de bladeren. Het is dus een vergiftiging en geen infectie. Volgens de Universiteit Utrecht is niet onomstotelijk bewezen dat esdoorns de oorzaak zijn van alle gevallen. De ziekte komt incidenteel ook voor in weiden waar geen esdoorns staan.
Welke esdoorns zijn een risico
De Universiteit Utrecht en RIKILT (Wageningen) onderzochten 278 monsters van de drie meest voorkomende esdoornsoorten in Nederland. Alleen in de gewone esdoorn werd de gifstof gevonden, in elk monster. Dat betekent niet dat elke boom even gevaarlijk is: de hoeveelheid verschilt sterk per boom.
| Esdoorn | Wat onderzoek laat zien |
|---|---|
| Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) | Gifstof gevonden in alle Nederlandse monsters, in wisselende hoeveelheid |
| Veldesdoorn (Acer campestre) | In het Utrechtse onderzoek geen gifstof gevonden; Paardenpunt Vlaanderen noemt hem bewezen niet giftig |
| Noorse esdoorn (Acer platanoides) | In het Utrechtse onderzoek geen gifstof gevonden; volgens Paardenpunt Vlaanderen geen tot zeer weinig |
| Vederesdoorn (Acer negundo) | Bevat het gif; gevallen worden volgens Paardenpunt Vlaanderen vooral in de Verenigde Staten aan deze soort gekoppeld |
| Japanse en witte esdoorn | Volgens Paardenpunt Vlaanderen geen tot zeer weinig gif aangetoond |
Er bestaan honderden esdoornsoorten en variëteiten die ook onderling kruisen, schrijft Paardenpunt Vlaanderen, en er is te weinig onderzoek gedaan. De gewone en de Noorse esdoorn lijken sterk op elkaar. Weet je niet welke esdoorn er bij je wei staat, behandel hem dan als een gewone esdoorn.
Wanneer het risico het grootst is
- Herfst: zaden en bladeren vallen. Paardenpunt Vlaanderen noemt de periode vanaf oktober tot de eerste grondige vorst. Volgens de Merck Veterinary Manual komt de ziekte in de herfst het vaakst voor.
- Voorjaar: de zaailingen komen op. Veel zaden in de herfst geven veel zaailingen in het voorjaar.
- Weer: de ziekte wordt vooral gezien tijdens of na koud, nat en winderig weer.
- Wei: er staat weinig gras, het paard krijgt geen bijvoeding of het voer ligt op de grond, of de wei is vochtig en ligt vol dode bladeren.
- Paard: alle leeftijden kunnen ziek worden, jonge paarden onder de drie jaar lopen volgens Paardenpunt Vlaanderen meer risico. Een goede conditie sluit de ziekte niet uit.
- Afstand: de boom hoeft niet in de wei te staan. Volgens Paardenpunt Vlaanderen kan de wind esdoornbladeren tot op 100 meter verplaatsen.
Zaailingen in hooi
Gedroogde zaailingen en bladeren blijven giftig. Paardenpunt Vlaanderen schrijft dat zaailingen in hooi van een jaar oud nog giftig bleken. Komt je hooi van een perceel naast esdoorns, kijk dan bij het openen van de baal of er scheuten of bladeren in zitten.
De symptomen
De klachten komen snel. Let op:
- niet willen lopen, stijf bewegen;
- veel liggen, of niet meer kunnen opstaan;
- harde, pijnlijke spieren, trillen en zweten;
- donkere, koffiekleurige urine;
- sloomheid, het hoofd laag houden;
- moeite met slikken en een zwaardere ademhaling.
Het beeld wisselt. Sommige paarden vertonen eerst sufheid, stijfheid of lichte koliekverschijnselen, andere worden dood in de wei gevonden of liggen op hun zij. In een groep kunnen meerdere paarden tegelijk ziek worden, terwijl andere geen klachten hebben. Lijkt het op koliek, maar staat het paard in een wei met esdoorns, zeg dat dan tegen de dierenarts.
Wat je doet bij een vermoeden
- Bel direct de dierenarts. Zeg dat je atypische myopathie vermoedt en waar het paard stond.
- Verplaats het paard zo min mogelijk. Volgens het UDI geven lopen en transport extra schade aan de spieren. Zet het paard binnen, zo dicht mogelijk bij de plek waar het stond. Is er geen stal, dan adviseert de Universiteit Utrecht een noodvoorziening.
- Houd het paard warm. Gebruik een deken, en wrijf een paard dat hevig zweet droog.
- Zorg voor rust en comfort. Het UDI noemt als algemene maatregelen een dikke bedding, goed hooi en dat een liggend paard elke vier uur op de andere zij wordt gelegd. Vraag de dierenarts wat in jouw situatie past.
- Haal andere paarden uit de wei en houd ze de komende drie dagen in de gaten, zegt Paardenpunt Vlaanderen. Laat ze pas terug als zaden, zaailingen en bladeren zijn verwijderd.
- Geef zelf geen medicijnen. De dierenarts onderzoekt het paard, neemt bloed en urine af, en geeft pijnstillers en een infuus. Volgens de Merck Veterinary Manual is de behandeling ondersteunend.
Is het paard hersteld, dan laat de dierenarts met bloedonderzoek op spierenzymen zien wanneer het langzaam weer mag trainen.
Hoe groot is de kans op herstel
De Universiteit Utrecht noemt de ziekte veelal dodelijk. Volgens Paardenpunt Vlaanderen sterft meer dan 75 procent van de aangetaste paarden binnen 72 uur. De gebruikte bronnen noemen geen Nederlands overlevingspercentage. Wat jij kunt doen: snel de dierenarts bellen en het paard zo weinig mogelijk laten bewegen.
Voorkomen op de wei
Er is geen garantie, maar deze maatregelen verkleinen het risico:
- Loop de wei na in de herfst en het voorjaar, en na elke winderige periode.
- Voer ruwvoer bij als er weinig gras staat, op een droge plek of in een hooiruif, en niet van de grond. Zorg voor een schuilplek.
- Beperk de toegang tot zaden, zaailingen en bladeren. Verklein de wei met schrikdraad of een hek, zodat de afstand tot de bomen groter wordt.
- Verwijder blad en zaden met een bladblazer en trek zaailingen uit. Neem ze mee, want gedroogd blijven ze giftig. Houd paarden na een winderige periode binnen tot alles is opgeruimd.
- Beperk de tijd buiten waar dat past. Paarden die minder dan zes uur per dag buiten lopen, krijgen de ziekte volgens de Universiteit Utrecht vrijwel nooit. Volledig opstallen wordt ook wel geadviseerd, maar de Universiteit Utrecht vindt het voor het welzijn beter om de wei vrij te houden van zaden, zaailingen en blad.
- Gebruik een risicowei alleen bij genoeg gras of bijvoeding. Kun je een andere, esdoornvrije wei gebruiken, dan is dat volgens Paardenpunt Vlaanderen de beste maatregel.
Kappen is meestal niet nodig. De Universiteit Utrecht raadt het rond paardenweiden af, omdat niet alle esdoorns giftig zijn. Paardenpunt Vlaanderen noemt kappen alleen zinvol bij een of enkele grote bomen in de wei zelf, dus de adviezen verschillen een beetje. Plant geen nieuwe gewone esdoorn bij een paardenwei.
Veelgestelde vragen
Is atypische myopathie besmettelijk?
Nee. Het is een vergiftiging door een gifstof, geen infectie. Een ziek paard steekt een ander paard dus niet aan. Paarden in dezelfde wei kunnen wel dezelfde zaden of zaailingen eten, dus haal ze uit de wei en houd ze in de gaten.
Welke esdoorn is giftig?
In Nederlands onderzoek bevatte alleen de gewone esdoorn de gifstof, in wisselende hoeveelheid. Veldesdoorn en Noorse esdoorn bleken geen gif te bevatten. Ken je de soort niet, behandel de boom dan als gewone esdoorn.
Wanneer is het risico het grootst?
In de herfst, als zaden en bladeren vallen, en in het voorjaar, als de zaailingen opkomen. Koud, nat en winderig weer en weinig gras op de wei verhogen het risico.
Kan een paard het overleven?
Soms wel, maar de ziekte is veelal dodelijk. Volgens Paardenpunt Vlaanderen sterft meer dan 75 procent van de aangetaste paarden binnen 72 uur. Bel daarom direct de dierenarts.
Moet ik de esdoorns bij mijn wei kappen?
Meestal niet. De Universiteit Utrecht raadt kappen rond paardenweiden af, omdat niet alle esdoorns giftig zijn. Houd de wei liever vrij van zaden, zaailingen en blad.
Zijn zaailingen in hooi gevaarlijk?
Ja. Gedroogde zaailingen blijven giftig, zelfs na een jaar. Controleer hooi van percelen bij esdoorns op bladeren en scheuten.
Kort samengevat
Atypische myopathie is een vergiftiging met hypoglycine A uit zaden en zaailingen van de gewone esdoorn. Het risico is het grootst in herfst en voorjaar, vooral bij koud, nat en winderig weer en weinig gras. Herken je stijfheid, veel liggen, trillen, zweten of donkere urine, bel dan direct de dierenarts, verplaats het paard zo min mogelijk en houd het warm. Voorkomen doe je met een wei zonder zaden en zaailingen, bijgevoerd ruwvoer, kortere tijd buiten en aandacht voor hooi.
Bronnen (geverifieerd 2 november 2026): Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Myopathie · Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Veel gevallen van atypische myopathie bij paarden · Universiteit Utrecht: Veel gevallen van atypische myopathie bij paarden · Paardenpunt Vlaanderen: Esdoornvergiftiging bij paarden (atypische myopathie) · Merck Veterinary Manual (MSD): Plants Causing Myopathies in Horses
Zie ook: Giftige planten voor paarden · Koliek bij paarden · De dierenarts erbij: wanneer bellen, wanneer spoed · Weidebeheer en parasieten · Je paard goed voeren · Niveau: eigen paard