Deze gids gaat over hoe je voert: hoe je een rantsoen rond ruwvoer opbouwt, wanneer supplementen zin hebben en hoe je koliek en overgewicht voorkomt. Hoeveel kilo's hooi, krachtvoer en water je paard nodig heeft, staat in de gids over hoeveel voer een paard nodig heeft.
Een paardenmaag is gemaakt om de hele dag kleine beetjes ruwvoer te verteren, niet om twee grote maaltijden weg te werken. Wie dat principe als uitgangspunt neemt, heeft de basis van een gezond rantsoen al te pakken.
Ruwvoer als basis
Ruwvoer (hooi of kuilvoer) is de hoeksteen van het rantsoen. Hoeveel je per dag geeft, reken je uit met de gids over hoeveel voer een paard nodig heeft. Hier gaat het om hoe je het geeft.
Belangrijker dan de exacte kilo's is de spreiding. De maag produceert continu maagzuur, ook als er niets te verteren valt. Lange periodes met een lege maag vergroten de kans op maagzweren en onrustig gedrag. Verdeel het ruwvoer daarom over zoveel mogelijk momenten, of werk met onbeperkte toegang (ad libitum). Een hooinet met kleine mazen rekt de eettijd zonder dat de hoeveelheid omhooggaat.
Let op de kwaliteit:
- Geen schimmel of muffe geur: schimmelig hooi geeft luchtweg- en darmproblemen.
- Weinig stof: stoffig hooi kun je licht bevochtigen; bij gevoelige luchtwegen helpt korter inweken.
- Goede structuur: te jong, kort gemaaid gras is eiwitrijk en vezelarm; ouder, langer hooi vult de buik beter.
Wat het hooi aan energie en eiwit bevat, zie je niet aan de buitenkant. Een hooi- of grasanalyse maakt dat zichtbaar; je voervoorlichter of dierenarts kan daarop een rantsoen afstemmen.
Krachtvoer: hoe je het geeft
Krachtvoer is een aanvulling, geen vervanging van ruwvoer. Het levert extra energie en eiwit voor paarden die daadwerkelijk hard werken. Hoeveel krachtvoer bij welk werk past, staat in de gids over hoeveel voer een paard nodig heeft. Voor de manier van geven gelden twee uitgangspunten:
- Houd porties klein. De maag is relatief klein, dus verdeel krachtvoer over meerdere kleine giften per dag in plaats van één grote schep.
- Geef ruwvoer eerst of tegelijk. Geef ruwvoer voor of tegelijk met het krachtvoer, zodat het langzamer wordt opgenomen.
Te veel krachtvoer geeft naast overgewicht ook opgefokt, "heet" gedrag en vergroot het risico op darmproblemen. Te weinig leidt bij hard werkende paarden tot vermageren en conditieverlies. De gulden middenweg verschilt per paard.
Supplementen: wanneer wel, wanneer niet
Op goed ruwvoer en een passende basisvoeding hebben veel paarden geen uitgebreide supplementen nodig. Een aanvulling kan zinvol zijn als het rantsoen aantoonbaar iets mist of bij een specifieke situatie. Veelvoorkomende voorbeelden:
| Supplement | Wanneer overwogen |
|---|---|
| Mineralen- en vitaminenbalans | Als ruwvoer de basisbehoefte niet dekt (blijkt uit analyse) |
| Elektrolyten | Na zware inspanning of veel zweten, bijvoorbeeld in de hitte |
| Biotine | Bij zwakke hoefkwaliteit, over langere tijd |
| Gewrichtsondersteuning | Bij oudere of zwaarder belaste paarden, in overleg |
Niet elk product doet wat de verpakking belooft, en meer is niet beter. Sommige stoffen kunnen elkaar tegenwerken of bij overdosering juist schaden. Overleg bij twijfel met je dierenarts of een voervoorlichter voordat je gaat stapelen, zeker als een paard al medicatie of een dieet krijgt.
Koliek en overgewicht voorkomen
Koliek (buikpijn) is een verzamelnaam voor uiteenlopende darmproblemen en kan levensbedreigend zijn. De voeding is een van de factoren waar je zelf invloed op hebt:
- Verander geleidelijk. Nieuw voer, ander hooi of een overstap naar voorjaarsgras bouw je over een week tot tien dagen op. Plotselinge wisselingen verstoren de darmflora.
- Onbeperkt schoon water. Hoeveel een paard drinkt, staat in de gids over hoeveel voer een paard nodig heeft. Controleer drinkbakken dagelijks en houd ze in de winter vorstvrij.
- Veel ruwvoer, beperkt krachtvoer. Een vezelrijk rantsoen met kleine krachtvoerporties belast de darm minder dan grote, zetmeelrijke maaltijden.
- Niet direct hard werken na een grote krachtvoergift en het paard de tijd geven om te verteren.
Overgewicht is het andere uiterste en sluipt er makkelijk in bij makkelijke voeders en weinig werk. Te veel suiker en zetmeel (uit jong gras of ruime krachtvoerporties) vergroot bij gevoelige paarden en pony's de kans op hoefbevangenheid en stofwisselingsproblemen zoals EMS. Hoe je met de conditiescore ziet of het gewicht klopt, staat in de gids over hoeveel voer een paard nodig heeft. Stuur tijdig bij met meer beweging en suikerarm ruwvoer in plaats van een streng hongerdieet.
Elk plots alarmsignaal (niet willen eten, herhaald omkijken naar de buik, rollen, niet mesten, sloomheid) is reden om de dierenarts te bellen. Koliek is geen situatie om af te wachten.
In het kort
- Bouw het rantsoen op rond ruwvoer en verspreid het over de dag.
- Geef krachtvoer alleen voor zover het werk dat vraagt, in kleine porties en samen met ruwvoer.
- Voeg supplementen gericht toe, niet uit gewoonte; overleg bij twijfel.
- Verander voer altijd geleidelijk en houd water onbeperkt beschikbaar: dat scheelt het meeste risico op koliek.
- Houd het gewicht in de gaten en stuur bij met beweging en voer, niet met crashdiëten.
De termen uit deze gids (hooi, kuilvoer, krachtvoer en supplementen) vind je met korte uitleg terug in het overzicht van paardentermen. Wat jouw paard per dag nodig heeft, reken je uit met de gids over hoeveel voer een paard nodig heeft.
Bronnen (geverifieerd 2 september 2026, bronnen verdiept 2 november 2026): Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Maagzweren · Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Equine metabool syndroom (EMS) · Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Koliek · NRC Nutrient Requirements of Horses (2007) · Wageningen University & Research: CVB Tabellenboek Voeding Paarden en Pony's (2013)
Zie ook: Hoeveel voer een paard nodig heeft · Supplementen voor paarden: wat werkt, wat is marketing · Koliek bij paarden