Gids · Gezondheid5 min leestijdNiveau 2 · Eigen paard overwegenRead in English

Je paard goed voeren: hooi, krachtvoer en supplementen

Hoe je een rantsoen opbouwt rond ruwvoer, krachtvoer afstemt op het werk en met geleidelijke veranderingen koliek en overgewicht voorkomt.

Stalwijs
Bijgewerkt 2 juni 2026

Een paardenmaag is gemaakt om de hele dag kleine beetjes ruwvoer te verteren, niet om twee grote maaltijden weg te werken. Wie dat principe als uitgangspunt neemt, heeft de basis van een gezond rantsoen al te pakken. Dit overzicht loopt langs de hoofdvragen: hoeveel hooi, wanneer krachtvoer, welke supplementen, en hoe je koliek en overgewicht voor blijft.

Hoeveel hooi heeft een paard per dag nodig

Ruwvoer — hooi of kuilvoer — is de hoeksteen. Een veel gehanteerde vuistregel is 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag, gerekend op droge stof. Voor een paard van rond de 600 kg komt dat grofweg neer op 9 tot 12 kg hooi per dag; voor een pony navenant minder. Over een jaar is dat al snel 5 tot 8 ton hooi.

Belangrijker dan de exacte kilo's is de spreiding. De maag produceert continu maagzuur, ook als er niets te verteren valt. Lange periodes met een lege maag vergroten de kans op maagzweren en onrustig gedrag. Verdeel het ruwvoer daarom over zoveel mogelijk momenten, of werk met onbeperkte toegang (ad libitum). Een hooinet met kleine mazen rekt de eettijd zonder dat de hoeveelheid omhooggaat.

Let op de kwaliteit:

  • Geen schimmel of muffe geur — schimmelig hooi geeft luchtweg- en darmproblemen.
  • Weinig stof — stoffig hooi kun je licht bevochtigen; bij gevoelige luchtwegen helpt korter inweken.
  • Goede structuur — te jong, kort gemaaid gras is eiwitrijk en vezelarm; ouder, langer hooi vult de buik beter.

Wat een paard precies nodig heeft, hangt af van gewicht, leeftijd, werk en het type paard. Een hooi- of grasanalyse maakt zichtbaar hoeveel energie en eiwit er werkelijk in zit; je voervoorlichter of dierenarts kan daarop een rantsoen afstemmen.

Krachtvoer: alleen wat het werk vraagt

Krachtvoer is een aanvulling, geen vervanging van ruwvoer. Het levert extra energie en eiwit voor paarden die daadwerkelijk hard werken. Een recreatiepaard dat een paar keer per week rustig wordt gereden, redt het vaak op goed ruwvoer plus een mineralenaanvulling en heeft weinig of geen krachtvoer nodig. Een paard in een stevig trainingsprogramma heeft dat eerder wel.

Twee praktische uitgangspunten:

  1. Stem de hoeveelheid af op de arbeid. Meer werk betekent meer behoefte; rustdagen betekenen minder. Pas het krachtvoer mee aan, niet andersom — een paard hoort niet harder te moeten werken om zijn voer te verbranden.
  2. Houd porties klein. De maag is relatief klein, dus verdeel krachtvoer over meerdere kleine giften per dag in plaats van één grote schep. Geef ruwvoer voor of tegelijk met het krachtvoer, zodat het langzamer wordt opgenomen.

Te veel krachtvoer geeft naast overgewicht ook opgefokt, "heet" gedrag en vergroot het risico op darmproblemen. Te weinig leidt bij hard werkende paarden tot vermageren en conditieverlies. De gulden middenweg verschilt per paard.

Supplementen: wanneer wel, wanneer niet

Op goed ruwvoer en een passende basisvoeding hebben veel paarden geen uitgebreide supplementen nodig. Een aanvulling kan zinvol zijn als het rantsoen aantoonbaar iets mist of bij een specifieke situatie. Veelvoorkomende voorbeelden:

Supplement Wanneer overwogen
Mineralen- en vitaminenbalans Als ruwvoer de basisbehoefte niet dekt (blijkt uit analyse)
Elektrolyten Na zware inspanning of veel zweten, bijvoorbeeld in de hitte
Biotine Bij zwakke hoefkwaliteit, over langere tijd
Gewrichtsondersteuning Bij oudere of zwaarder belaste paarden, in overleg

Niet elk product doet wat de verpakking belooft, en meer is niet beter. Sommige stoffen kunnen elkaar tegenwerken of bij overdosering juist schaden. Overleg bij twijfel met je dierenarts of een voervoorlichter voordat je gaat stapelen, zeker als een paard al medicatie of een dieet krijgt.

Koliek en overgewicht voorkomen

Koliek (buikpijn) is een verzamelnaam voor uiteenlopende darmproblemen en kan levensbedreigend zijn. De voeding is een van de factoren waar je zelf invloed op hebt:

  • Verander geleidelijk. Nieuw voer, ander hooi of een overstap naar voorjaarsgras bouw je over een week tot tien dagen op. Plotselinge wisselingen verstoren de darmflora.
  • Onbeperkt schoon water. Een paard drinkt grofweg 30 tot 60 liter per dag, meer bij warmte of veel droog hooi. Controleer drinkbakken dagelijks en houd ze in de winter vorstvrij.
  • Veel ruwvoer, beperkt krachtvoer. Een vezelrijk rantsoen met kleine krachtvoerporties belast de darm minder dan grote, zetmeelrijke maaltijden.
  • Niet direct hard werken na een grote krachtvoergift en het paard de tijd geven om te verteren.

Overgewicht is het andere uiterste en sluipt er makkelijk in bij makkelijke voeders en weinig werk. Te veel suiker en zetmeel — uit jong gras of ruime krachtvoerporties — vergroot bij gevoelige paarden en pony's de kans op hoefbevangenheid en stofwisselingsproblemen zoals EMS. Weeg of meet regelmatig met een meetlint, voel of je de ribben licht kunt voelen maar niet zien, en stuur tijdig bij met meer beweging en suikerarm ruwvoer in plaats van een streng hongerdieet.

Elk plots alarmsignaal — niet willen eten, herhaald omkijken naar de buik, rollen, niet mesten, sloomheid — is reden om de dierenarts te bellen. Koliek is geen situatie om af te wachten.

In het kort

  • Bouw het rantsoen op rond ruwvoer: reken op grofweg 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht per dag, verspreid over de dag.
  • Geef krachtvoer alleen voor zover het werk dat vraagt, in kleine porties.
  • Voeg supplementen gericht toe, niet uit gewoonte; overleg bij twijfel.
  • Verander voer altijd geleidelijk en houd water onbeperkt beschikbaar — dat scheelt het meeste risico op koliek.
  • Houd het gewicht in de gaten en stuur bij met beweging en voer, niet met crashdiëten.

Voor een rantsoen dat past bij jouw specifieke paard, leeftijd en werk loont een hooi-analyse plus advies van je dierenarts of voervoorlichter. De termen uit deze gids — hooi, kuilvoer, krachtvoer en supplementen — vind je met korte uitleg terug in het jargonoverzicht.

Samengesteld op basis van openbare vakbronnen. Voor diagnose, dosering of juridisch advies is een professional de aangewezen bron.