Het hele paardenwoordenboek

Aanleuning, volte,
ZZ-Zwaar.

Alle begrippen die je tegenkomt in de paardensport — uitgelegd en gegroepeerd per niveau waarop ze relevant worden.

Nieuw? Gebruik het filter hierboven en kies Niveau 1 om alleen de woorden te zien die je in je eerste lessen nodig hebt.

Zoek een term via de zoekfunctie bovenaan, of blader hieronder alfabetisch.
261
Termen
6
Niveaus

A

10 termen

Aankoopkeuring

/jargon#aankoopkeuring

Veterinaire keuring vóór je een paard koopt.

Standaard ('klinisch') vanaf €250, uitgebreid (klinisch + röntgen) vanaf €500-€800. Verplicht voor elke koop boven €5.000 — een onontdekte kreupelheid of arthrose kost je later vele malen meer. Specifiek bij sportpaarden: laat ook bloed prikken voor doping-screening en EVA-test.

Zie ookKlinische keuring · Röntgenkeuring

Aanleuning

/jargon#aanleuning

Het zachte, constante contact tussen ruiterhand en paardenmond via de teugel.

Een 'staande aanleuning' is licht, soepel en wederzijds — het paard zoekt het bit, de ruiter draagt het. Te zware aanleuning betekent dat het paard op de hand leunt; te lichte dat het paard achter het bit kruipt. Zonder correcte aanleuning lukt geen enkele hogere oefening.

Zie ookOp de hand · Zelfhouding · Africhtingsschaal · Achter de verticaal

Aanspannen

/jargon#aanspannen

Bij mennen: het paard in het mentuig zetten en vervolgens vóór de wagen bevestigen.

Gebeurt in een vaste volgorde — eerst het tuig aanleggen, dan het paard plaatsen, en pas daarna de wagen vastmaken — zodat het paard nooit onverwacht trekkracht voelt. Een jong of onervaren paard wordt stap voor stap aan de wagen gewend, onder begeleiding van een ervaren menner of instructeur.

Zie ookMennen

Aansprakelijkheidsverzekering

/jargon#aansprakelijkheidsverzekering

Verzekering die schade dekt die je paard aan anderen veroorzaakt — niet wettelijk verplicht, wel de belangrijkste dekking.

De bezitter van een paard is naar Nederlands recht in beginsel aansprakelijk voor schade die het dier veroorzaakt (risicoaansprakelijkheid), ook zonder eigen schuld. Anders dan bij auto's bestaat er geen wettelijke verzekeringsplicht; een particuliere AVP dekt hobbymatig paardenbezit soms mee, maar dat verschilt per polis — navragen dus, of een aparte paarden-WA afsluiten.

Zie ookPaardenverzekering · Opzichtclausule

Aanvoelen / horsemanship

/jargon#aanvoelen-horsemanship

Het vermogen om subtiel paardengedrag te lezen en op te reageren.

De combinatie van ervaring, alertheid en empathie die topruiters onderscheidt van technici. Niet uit boeken te leren — alleen door duizenden uren aan en op verschillende paarden. Pas zichtbaar wanneer een ruiter een 'lastig' paard dat hij niet kent meteen weet te helpen.

Achter de verticaal

/jargon#achter-de-verticaal

Aanleuningsfout waarbij het paard de neus naar de borst trekt en achter het bit wegkruipt.

Het contact met de hand wordt daarbij verbroken. Er ontstaat wel een schijnbaar ronde vorm, maar geen werkelijke aanleuning met energie van achteren. Bij een correcte houding staat de neus ongeveer op of net vóór de verticaal.

Zie ookAanleuning · Op de hand · Zelfhouding

Achterwaarts

/jargon#achterwaarts

Het paard loopt geleidelijk en gecontroleerd achteruit.

Bij correct achterwaarts gaan de diagonale beenparen tegelijk omhoog en achteruit. Een rechte lijn, zonder hoofd in de lucht of openen van de mond. Vanaf klasse B in dressuur gevraagd, meestal 4-5 stappen.

Africhten

/jargon#africhten

Het opleiden van een jong paard naar wedstrijdniveau.

Begint meestal vanaf 3 jaar (zadelmak maken), bouwt op via longework, eerste ruiter, basisgangen, scholing aan de hand naar zelfstandig werk onder de ruiter. Een goed afgerichte 6-jarige is een proces van jaren. Slecht africhten leidt tot stress en gedragsproblemen.

Zie ookJongepaardentraining · Zadelmak

Africhtingsschaal

/jargon#africhtingsschaal

De klassieke opbouw in zes treden waarlangs een paard wordt afgericht.

Afkomstig uit de Duitse dressuurtraditie, met de volgorde takt, losgelatenheid, aanleuning, impuls, rechtrichting en verzameling. Elke trede bouwt voort op de vorige; aanleuning staat bijvoorbeeld pas op de derde plek, na takt en losgelatenheid. Ook wel de trainingsschaal genoemd.

Zie ookScholing · Takt · Losgelatenheid · Aanleuning · Impuls · Rechtrichting · Verzameling

Appuyement

/jargon#appuyement

Zijwaarts en voorwaarts samen — het paard loopt diagonaal door de baan.

Combinatie van voorwaartse beweging met zijwaartse verplaatsing, met juiste plooiing naar de bewegingsrichting. Cruciaal in alle hogere klassen vanaf M2. Een goed appuyement vraagt om aanleuning, doorlatendheid en schenkelreactie samen.

B

9 termen

Bak / piste / rijbak

/jargon#bak-piste-rijbak

De afgesloten ruimte waarin gereden wordt.

Een binnenbak (overdekt) of buitenbak (open). Standaardmaten: 20x40m voor lessen, 20x60m voor dressuurwedstrijden, springpistes variëren. Bodem doorslaggevend voor paardenwelzijn — te diep is uitputtend, te hard belast pezen.

Barrage

/jargon#barrage

Tweede ronde in springsport tussen ruiters die foutloos waren.

Een verkort parcours waarin snelheid de doorslag geeft. Tactiek wint hier wedstrijden: korter draaien, één galopsprong overslaan tussen hindernissen. Te wild rijden kost punten — een foutje kost 4 punten plus seconden.

Bekappen

/jargon#bekappen

Het terugsnijden en in vorm brengen van de hoef.

Doel: hoek tussen hoefwand en kroonrand corrigeren, druk gelijk verdelen, te lange hoef inkorten. Elke 6-8 weken nodig. Verkeerd bekappen geeft direct ander gangenpatroon en op termijn blessures. Barefoot-paarden krijgen alleen bekappen, geen ijzers.

Zie ookHoefsmid · Beslag

Beslag

/jargon#beslag

IJzer of synthetische plaat onder de paardenhoef.

Functies: bescherming bij hard werk, correctie van houding, grip op gladde ondergrond. Soorten: standaard, eierbeslag (voor herstel), schoring (correctie), aluminium (licht, dressuur). Niet elk paard heeft beslag nodig — barefoot is voor veel paarden gezonder.

Zie ookHoefsmid · Bekappen

Bit

/jargon#bit

Het metalen of synthetische deel in de paardenmond, verbonden aan de teugels.

Honderden soorten: snaffle (eenvoudig, recht), tweedelig (gebroken in het midden), pelham, kimberwick. Een dik, glad, recht bit met losse ringen is meestal het mildst. Hardere bitten zijn instrumenten van precisie, geen straf — verkeerd gebruik geeft mondbeschadiging.

Zie ookHoofdstel / bridon · Snaffle / trens · Kandare

Bles

/jargon#bles

Witte verticale streep op het paardengezicht.

Aftekening van de huid waar pigment ontbreekt; gevoeliger voor zonnebrand. Onderscheid van 'star' (witte vlek tussen ogen), 'snip' (witte snuit), 'brede bles' (over hele neusrug). Markeringen worden geregistreerd in paspoort voor identificatie.

Bodemwerk / grondwerk

/jargon#bodemwerk-grondwerk

Werken met het paard vanaf de grond, vaak vrij werk of natural horsemanship.

Overlapt met handwerk, maar vaak met bredere insteek: leren leiden, vertrouwen, druk en druk loslaten, free-style oefeningen. Bekende methodes: Parelli, Roberts, Hempfling. Goede basis voor elke gerelateerde discipline.

Zie ookHandwerk · Natural Horsemanship · Touwhalster

BTW-regeling paardensector

/jargon#btw-regeling-paardensector

Speciale fiscale regels voor handel in en houden van paarden.

Verkoop levend paard: 9% (laag) of 21% (hoog) afhankelijk van doel. Pensiondiensten: 21%. Fokkerij vs recreatie verschilt. Voor wie commercieel werkt met paarden is een fiscaal adviseur met paardspecialisme noodzakelijk — fout invullen geeft naheffing met boete.

Buitenrit

/jargon#buitenrit

Een rit in de natuur, op de openbare weg of bos.

Meest geliefde recreatieve vorm. Aansprakelijkheidsverzekering verplicht (paard valt onder gevaarlijke dier). KNHS adviseert oranje hesje of LED bij schemering. Een ervaren 'leider' (voorop) en 'sluiter' (achteraan) is wijs bij groepsritten.

Zie ookTREC · Endurance

C

8 termen

Cap / paardrijhelm

/jargon#cap-paardrijhelm

De veiligheidshelm voor ruiters.

Moet voldoen aan de EN 1384 of VG1-norm. Vervang na elke val of bij scheurtjes. Een nieuwe cap kost vanaf €40 (instap) tot €400+ (hoogwaardig, MIPS). KNHS verplicht een cap voor alle ruiters tot 18 jaar; volwassenen mogen kiezen, behalve in cross en eventing (altijd verplicht).

Zie ookVeiligheidsvest

CCI

/jargon#cci

Concours Complet International — internationale eventingwedstrijd.

Net als bij springen werken sterren: CCI1* tot CCI5*. Burghley en Badminton zijn de bekendste CCI5* events. Een CCI bestaat altijd uit de drie eventingproeven: dressuur, cross-country en springen.

Zie ookEventing / Samengestelde Wedstrijd (SGW)

CHIO Aken / CSIO Rotterdam

/jargon#chio-aken-csio-rotterdam

Twee belangrijkste outdoor-internationale concoursen in Nederland en directe omgeving.

Aken (Duitsland, juli) geldt als het mekka van de paardensport, vergelijkbaar met Wimbledon in het tennis. Rotterdam (juni) is Nations Cup-springsport en CDIO-dressuur. Voor Nederlandse fans goed bereikbaar en de kans om de wereldtop te zien.

Concours

/jargon#concours

Een wedstrijd.

Spreektaal voor 'wedstrijd' in springen, dressuur of eventing. Een 'outdoor' is buiten, 'indoor' binnen. CH staat voor centraal kampioenschap. Een 'hippisch concours' is een driedaags lokaal evenement met meerdere disciplines.

Contregalop

/jargon#contregalop

Bewust 'verkeerde' galop in een wending — een oefening voor verzameling en balans.

Aangevraagd vanaf klasse L1. Het paard houdt linkse galop in een rechterbocht, wat hoge controle en zelfhouding vraagt. Een mooie contregalop laat zien dat de ruiter het paard 'tussen de hulpen' heeft.

Zie ookVerkeerde galop

Cross-country

/jargon#cross-country

Onderdeel van eventing: een lange rit over vaste hindernissen in het terrein.

Verschilt van regulier springen omdat de hindernissen niet vallen — water, dijken, boomstammen, gracht-combinaties. Tijdsfouten zijn meestal beslissend. De cross is voor veel ruiters het meest verslavende onderdeel én het meest risicovolle.

Zie ookEventing / Samengestelde Wedstrijd (SGW)

CSI / CDI

/jargon#csi-cdi

Internationale wedstrijden — springsport (CSI) en dressuur (CDI).

Concours Saut International (CSI) en Concours de Dressage International (CDI). Sterren (CSI1*-CSI5*) geven het prijzengeld- en moeilijkheidsniveau aan. CSI5* is wereldtop, met prijzengeld van honderdduizenden euro's per rubriek.

Cushing (PPID)

/jargon#cushing-ppid

Hormonale aandoening bij oudere paarden (15+), met afwijkende vacht en hoefbevangenheid.

Volledige naam: Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Diagnose via bloedtest (ACTH-meting). Levenslang medicatie (Pergolide) nodig — kosten €60-€100/maand. Onbehandeld leidt het tot terugkerende hoefbevangenheid, infecties, vermagering.

Zie ookHoefbevangenheid · EMS

D

16 termen

Dekens

/jargon#dekens

Bedekkende doeken voor stal, weide, regen, vlieg en transport.

Soorten: stal- (binnenwarmte, dun), uitloop- (waterdicht, lichte vulling), regen- (waterdicht, ongevuld), winter- (vulling in grammen: 100g, 200g, 400g), vlieg- (gaasstof, koel), koeldeken (na inspanning). Per paard 3-6 dekens gebruikelijk; een flinke kostenpost (€80-€400 per stuk).

Dekgeld

/jargon#dekgeld

Het bedrag dat aan de hengstenhouder wordt betaald voor een dekking.

Voor goedgekeurde topdekhengsten in NL: €1.500-€10.000+ per dekking. Variabel: 'no foal no fee' (alleen betalen bij geslaagde dracht), 'fixed' (vooraf betalen), 'live foal' (betalen na geboorte). Verzendsperma wordt inclusief verzendkosten gefactureerd.

Doorlatendheid

/jargon#doorlatendheid

De ruiter kan via teugel, schenkel en zit elk signaal moeiteloos door het paard heen sturen.

Het paard heeft geen spanningsblokkades meer in nek, rug of heupen — het stroomt. Klassiek herkenbaar aan een rustige, regelmatig kauwende mond en zachte oren. Een doorlatend paard voelt 'doorzichtig' onder de ruiter.

Doorzitten

/jargon#doorzitten

In draf continu zitten blijven, zonder lichtrijden.

Vraagt veel meer van de ruiterzit en het ruggebruik dan lichtrijden. Een paard kan alleen onder doorzitten zonder spanning lopen als de ruiter werkelijk meebeweegt. Verplicht vanaf M-dressuur. Op een onvolwassen ruiterzit verkort het paard de pas en spant het de rug.

Zie ookLichtrijden

Draagmerrie

/jargon#draagmerrie

Merrie die een embryo van een andere merrie uitdraagt.

Vaak goedkopere stalmerrie zonder topafstamming. Verzorgt zwangerschap en zoogt veulen. Sentimentele complicatie: na de zoogperiode wordt het veulen weggehaald — voor de biologische afstamming telt alleen de donormerrie.

Zie ookEmbryo-transfer (ET)

Drachtige merrie

/jargon#drachtige-merrie

Een merrie die zwanger is van een veulen.

Draagperiode bij paarden: 11 maanden (320-360 dagen). Eerste 3 maanden risicovol voor abortus. Vanaf 6 maanden zichtbaar veranderend buikvolume; uierzwelling de laatste week. Werk in laatste 2 maanden gestaakt; lichte beweging blijft goed.

Draf

/jargon#draf

De tweede gang, 2-takt — diagonale benen tegelijk.

Snelheid 12-15 km/u. Linkervoor en rechtsachter, dan rechtsvoor en linksachter. De ruiter kan 'lichtrijden' (afwisselend opstaan en zitten) of 'doorzitten' (continu zit blijven). Verzamelingen: verzameld, midden, uitgestrekt.

Zie ookStap · Galop · Lichtrijden

Drafsport

/jargon#drafsport

Snelheidswedstrijd in draf met sulky achter het paard.

Het paard mag niet in galop vallen — dan volgt diskwalificatie. Drafpaarden zijn een eigen ras (Standardbred / Frans-traver). In NL voornamelijk op Duindigt, in BE op Mons. Een paard 'verdraffen' is een tactische kunst.

Dressuur

/jargon#dressuur

Discipline waarin paard en ruiter een voorgeschreven proef rijden, beoordeeld op uitvoering.

De oudste olympische ruitersport. Doel: een paard dat in volledige zelfhouding en doorlatendheid alle oefeningen schijnbaar moeiteloos uitvoert. In NL de meest beoefende discipline, met ruim 50.000 actieve wedstrijdruiters.

Zie ookKlasse · Dressuurproef

Dressuurproef

/jargon#dressuurproef

Vast voorgeschreven reeks oefeningen voor dressuurwedstrijden.

Per klasse meerdere proeven, met telkens een vaste volgorde van figuren en gangen op vaste letters van de rijbaan (A, K, E, H, C, M, B, F). Juryleden geven cijfers van 0-10 met halve punten. Eindscore in procenten — boven 65 procent is goed, boven 75 procent excellent.

Zie ookLetters van de baan · Volte · Van hand veranderen

Dressuurzadel

/jargon#dressuurzadel

Zadel voor dressuur, met diepe zitting en lange, rechte bladen.

Houdt de ruiter in een lange been-positie met diepe zit, geschikt voor doorzitten en lange dressuurlessen. Niet ontworpen voor springen — de positie laat geen voorovergaande balans toe.

Zie ookZadel · Springzadel

Dressuurzweep

/jargon#dressuurzweep

Lange dunne zweep (110-120 cm) voor schenkelversterking in dressuur.

Wordt achter het zadel licht op de flank getikt om schenkelreactie te bevorderen. Géén straf — een corrigerend signaal. In wedstrijden alleen tot ZZ-zwaar toegestaan; vanaf Lichte Tour niet meer. Max 120 cm volgens KNHS-reglement.

Zie ookSpringzweep

Drinkbakje

/jargon#drinkbakje

Geautomatiseerde of handmatige waterbron in de stal.

Een paard drinkt 30-60 liter water per dag (meer bij warmte of veel hooi). Automatische bakjes (kantelmechaniek of drukknop) zijn handig maar moeten dagelijks worden gecontroleerd op werking en zuiverheid. Bevriezing in winter is grootste risico.

Droes

/jargon#droes

Bacteriële infectie van de bovenste luchtwegen, met dikke lymfklieren in de keel.

Streptococcus equi-bacterie. Zeer besmettelijk; bij uitbraak hele stal in quarantaine. Behandeling: rust, warmte, soms antibiotica. Sommige paarden worden 'shedder' en blijven jaren besmettelijk zonder symptomen — testen voor inkoop.

Druk en druk loslaten

/jargon#druk-en-druk-loslaten

Basisprincipe van paardentraining — druk uitoefenen tot reactie, dan onmiddellijk loslaten.

Paarden leren niet van druk zelf, maar van het loslaten van druk. Aanvragen via schenkel, teugel, hand: zodra het paard gewenste reactie geeft, druk weg — dit is de beloning. Verkeerd doseren of vasthouden = paard wordt 'doof' voor signalen.

Zie ookNatural Horsemanship

Dubbele longe

/jargon#dubbele-longe

Longeren met twee teugellijnen door zadel en bit, vanaf de grond.

De ruiter staat achter of naast het paard en geeft via twee teugels teugelcontact, alsof gereden — alleen vanaf de grond. Sterk hulpmiddel voor jongepaardentraining en herstel na blessures. Vraagt kunde — verkeerd uitgevoerd is het schadelijk.

Zie ookLongeren · Lange teugels

E

7 termen

Eigen stal

/jargon#eigen-stal

Eigen paard op eigen erf, met eigen voorzieningen.

Maximale vrijheid, maar 24/7 verantwoordelijkheid: voeren, uitmesten, dierenarts, hooi/stro inkopen, weide-onderhoud. Geen vervanging bij afwezigheid. Loont financieel pas vanaf 2-3 paarden — anders is pension goedkoper.

Embryo-transfer (ET)

/jargon#embryo-transfer-et

Het overplaatsen van een bevrucht embryo van topmerrie naar draagmerrie.

Manier om topmerries elk jaar meerdere veulens te laten 'krijgen' zonder zelf zwanger te zijn. Kostbaar (€3.000-€8.000 per traject), niet altijd succesvol. Standaard in hoogwaardige fokkerij — een wereldkampioen-merrie hoeft niet meer zelf 11 maanden zwanger te zijn.

Zie ookICSI · Draagmerrie

EMS

/jargon#ems

Equine Metabolisch Syndroom — paardenversie van type 2 diabetes.

Klinisch beeld: overgewicht, vetkussens op nek/staartwortel, insulineresistentie, terugkerende hoefbevangenheid. Vooral bij pony's en luxe-paarden. Behandeling: dieet (suikerarm hooi, geen krachtvoer), beweging, soms medicatie. Geen vrij gras in voorjaar.

Zie ookHoefbevangenheid · Cushing (PPID)

Endurance

/jargon#endurance

Lange-afstandsritten over uitgezette routes in het terrein.

Wedstrijden van 30 tot 160 km, met verplichte rust- en veterinaire stops. Beoordeeld op snelheid én op de hartslag/gezondheid van het paard onderweg. Vraagt jaren conditieopbouw bij zowel paard als ruiter. Vooral Arabische volbloeden domineren deze discipline.

Zie ookTREC · Buitenrit

Enter

/jargon#enter

Een paard van 1 jaar oud.

Klassieke fokkerijterm. Enters mogen nog niet onder de ruiter — botgroei loopt door tot 5-6 jaar. Wel weidegang in groep, basis-manieren, leiden, hoefverzorging. Eerste keuring vaak met 2 jaar (tweenter).

Zie ookTwenter

Eventing / Samengestelde Wedstrijd (SGW)

/jargon#eventing-samengestelde-wedstrijd-sgw

Drie-disciplines-wedstrijd: dressuur, cross-country en springen.

Het paardensport-decathlon. Eerste dag dressuur, tweede dag cross-country over vaste hindernissen in het terrein, derde dag springen in de bak. Combineren is fysiek en mentaal zwaar — geliefd bij allround-ruiters. Hoogste niveau: CCI5* (Burghley, Badminton).

Zie ookCross-country · CCI

Ezelsstreep

/jargon#ezelsstreep

Donkere streep over rug, van schoft tot staartwortel.

Komt vooral bij primitieve rassen en konikspaarden voor. Genetisch teken van de oerpaard-kleurpatronen. Komt ook bij muildieren en ezels — vandaar de naam.

F

8 termen

FAVV

/jargon#favv

Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen — Belgische toezichthouder, onder meer op paardentransport.

De Belgische tegenhanger van de Nederlandse NVWA voor dierenwelzijn, transport en de voedselketen. Voor grensverkeer met paarden tussen Nederland en België publiceert het FAVV de afspraken en uitzonderingen; buiten de Benelux gelden certificaateisen.

Zie ookPaardenpaspoort · KBRSF

FEI

/jargon#fei

Fédération Équestre Internationale — de wereldwijde paardensportbond.

Stelt internationale reglementen op voor de olympische disciplines en eventing, mennen, endurance, voltige, reining en para-equestrian. Wie internationaal wil rijden heeft een FEI-passport voor het paard en een FEI-ruiterlicentie nodig.

FN

/jargon#fn

Deutsche Reiterliche Vereinigung — de Duitse hippische bond.

Toonaangevende federatie in Europa, wat betreft opleiding (Trainer A/B/C, Pferdewirt) en wedstrijdsysteem (E, A, L, M, S klassen). Veel Nederlandse profruiters trainen of stallen in Duitsland en kennen het systeem grondig.

FNRS

/jargon#fnrs

Federatie Nederlandse Ruitersportcentra — koepel van paardrijscholen.

Keurmerk-systeem voor maneges, met verplichte veiligheids- en welzijnsnormen. FNRS-erkende manege bewijst basiskwaliteit. Geeft ook ruiterbewijzen af (F-A diploma's) — voorloper of alternatief van KNHS-startbewijs.

Fokwaarde

/jargon#fokwaarde

Statistische voorspelling van hoe goed de nakomelingen van een paard zullen zijn.

KWPN publiceert jaarlijks fokwaarden op basis van wedstrijdresultaten van honderden nakomelingen. Hoog cijfer = grote kans dat nakomelingen goed presteren. Sturend voor merriehouders bij hengstkeuze.

Foutpunten

/jargon#foutpunten

Strafpunten in springsport voor afgeworpen balken, weigeringen of tijdsoverschrijding.

Vier punten per afgeworpen balk of voet in de waterbak, vier punten voor de eerste weigering, eliminatie bij de tweede. Tijdsoverschrijding telt 1 punt per begonnen 4 seconden. In de barrage telt de schoonste, snelste rit.

FPS

/jargon#fps

Friesch Paarden-Stamboek — registreert het Friese paard.

Beheert het ras Fries — een zwart koudbloedpaard met lange manen en staart. Strenge ras-zuiverheid (alleen zwart, geen aftekeningen). Vooral mennerij en showrijden. Goedgekeurde hengsten dragen het 'Z' (zoals Beart 411).

Zie ookStamboek

Frog / straal

/jargon#frog-straal

De V-vormige zachte structuur in het midden van de hoef.

Schokdemper en pomp voor de bloedsomloop in het been. Een gezonde straal is dik, elastisch, en raakt actief de bodem. Een verschrompelde straal komt door te weinig beweging of slechte hygiëne, zoals een vochtige strooisel-mestbodem.

Zie ookHoef

G

7 termen

Galop

/jargon#galop

De snelste basisgang, 3-takt — drie afzonderlijke voetslagen per sprong.

Snelheid 20-30 km/u (en in galoprennen 60+). Linker- of rechtergalop, afhankelijk van welk voorbeen voorop landt. Verkeerde galop in een bocht (de 'binnenste' voorbeen niet voorop) heet 'verkeerde galop' en is in dressuur een fout.

Zie ookStap · Draf · Verkeerde galop

Galoprennen

/jargon#galoprennen

Snelheidswedstrijd in galop, meestal met volbloeden op een renbaan.

Geheel andere wereld dan ruitersport: jockeys, trainers, gokkers. In NL beperkt (Duindigt), in BE en UK groot. Niet KNHS-geleid maar vallend onder NDR (Nederlandse Draf- en Rensport).

Gangenpaard

/jargon#gangenpaard

Ras dat naast stap, draf en galop van nature nog een of meer extra gangen kan lopen.

Die aanleg zit in de bouw en de aansturing van de spieren en is grotendeels erfelijk. In Nederland en België is de IJslander veruit het bekendste gangenpaard; viergangers lopen ook de tölt, vijfgangers daarnaast de telgang. Andere gangenpaardenrassen bestaan wereldwijd, maar zijn hier veel minder zichtbaar.

Zie ookTölt · Telgang

Garrocha

/jargon#garrocha

Lange stok die als hindernis in working equitation wordt gebruikt.

De ruiter pakt de garrocha op en steekt hem vervolgens in een ring of ton. Het gebruik gaat terug op het Iberische werk te paard met vee.

Zie ookWorking equitation

Gewichtshulp

/jargon#gewichtshulp

Signalen via zit en gewichtsverdeling van de ruiter.

Iets meer gewicht op één zitbeen draait of buigt het paard. Voorovergaan stimuleert vooruit, achteroverleunen remt. De hoogste vorm van rijden gebruikt zit als primaire hulp — schenkel en teugel zijn ondergeschikt. Pas zichtbaar in topdressuur.

Zie ookSchenkelhulpen

Grand Prix

/jargon#grand-prix

Het hoogste dressuurniveau — olympisch en wereldkampioenschap.

Bevat piaffe, passage, pirouettes, reeksen van enkele en dubbele wisselingen. Een Grand Prix-proef duurt ruim zes minuten en wordt jurylid-per-jurylid beoordeeld. In springen heet de hoofdrubriek van een groot concours ook 'Grand Prix' (145-160 cm).

Zie ookPiaffe · Passage · Lichte Tour

Groepshuisvesting

/jargon#groepshuisvesting

Meerdere paarden samen in een grote ruimte, vaak met overdekt deel en uitloop.

Het natuurlijkst voor paarden: sociaal contact, vrije beweging, ad-libitum hooi. Vraagt om goede samenstelling — niet elke combinatie werkt. Steeds populairder vanaf ca. 2020, vooral bij jonge paarden en pension-fokpaarden.

Zie ookIndividuele box

H

25 termen

Hackamore

/jargon#hackamore

Bitloos hoofdstel dat werkt op neus, kin en poll.

Mechanische hackamore (met hefboom) is in handen van een sterke ruiter potentieel pijnlijker dan een hard bit. Bitloze rijstijlen (sidepull, bosal) zijn milder en horen bij de natural horsemanship-tak. In sommige springen toegestaan, in dressuurproeven niet.

Zie ookHoofdstel / bridon

Halfpension

/jargon#halfpension

Een paard delen met een mederuiter, kosten en tijd gesplitst.

De ene ruiter rijdt enkele dagen per week, de halfpensioner de andere dagen. Beide partijen betalen een deel van pension/voer/hoefsmid. Goede tussenstap tussen manege-ruiter en volledig eigen paard. Maak vooraf duidelijke afspraken over verantwoordelijkheid bij ziekte of dood.

Zie ookPension / stalling

Halster

/jargon#halster

Hoofdriem zonder bit, voor leiden en vastbinden.

Materiaal: nylon (sterk, goedkoop), leer (mooi, geeft mee bij vasthaken), touw (Parelli-stijl, natural horsemanship). Een paard met halster niet aan een vaste paal vastzetten — bij paniek breekt de paardennek eerder dan een nylon halster. Gebruik een breakaway-strop.

Zie ookTouwhalster · Leadrope / leidtouw · Veiligheidsknoop / paniekknoop

Halt

/jargon#halt

Het paard staat stil, op vier benen, in balans.

Een 'vierkante halt' (alle vier benen onder het lichaam, parallel) is een dressuureis. De overgang naar halt vanuit elke gang wordt strikt beoordeeld. Aansluitend volgt vaak een groet (ruiter buigt het hoofd, paard staat stil).

Halve halt

/jargon#halve-halt

Korte, gecombineerde hulp van zit, schenkel en hand om aandacht en balans te corrigeren.

Geen daadwerkelijke halt, maar een 'reset': de ruiter verzamelt het paard, schakelt het achterbeen in, herstelt evenwicht. Belangrijkste hulpmiddel in het hele dressuurwerk. Wordt voor elke oefening, transitie of figuur even ingezet.

Zie ookHalt

Handwerk

/jargon#handwerk

Het paard vanaf de grond oefeningen leren — zonder op te zitten.

Veelzijdig: leiden, halt, zijwaarts, achterwaarts, verzamelen — alles wat onder de ruiter kan, ook vanaf de grond. Vooral voor jonge paarden en revalidatie. Klassieke meesters (Karl, Branderup) bouwen veel op dit principe.

Zie ookBodemwerk / grondwerk

Hartslag

/jargon#hartslag

Aantal hartslagen per minuut — belangrijk gezondheidsindicator.

In rust: 28-44 slagen/minuut. Boven 60 in rust is alarmerend (pijn, koorts, koliek). In endurance is hartslag bepalend voor verplichte rusttijd — moet binnen 20 min terug naar onder 64. Pony-paarden hebben hogere rustpols dan grote paarden.

Headshaking

/jargon#headshaking

Onverklaard, herhaaldelijk schudden van het hoofd, vaak alleen onder de ruiter.

Vaak verergerd door licht of seizoen (vermoedelijk een trigeminus-zenuwprobleem). Soms verlichting via een neusbedekking, vitamine B-supplementen, of zelfs antihistamines. Soms onoplosbaar — paard wordt onbruikbaar voor sport.

Hele halt

/jargon#hele-halt

Het volledige tot stilstand brengen van het paard.

Een 'hele halt' is letterlijk een halt — zoals in de dressuurproef vereist, vierkant, attent, met groet. Andere term voor wat in dagelijkse spraak gewoon 'halt' heet — vooral gebruikt in contrast met halve halt.

Zie ookHalt · Halve halt

Hengst

/jargon#hengst

Geslachtsrijp mannelijk paard, niet gecastreerd.

In Nederland leven naar verhouding weinig hengsten — meestal alleen goedgekeurde fokhengsten. Hengstengedrag (territorialiteit, drift) maakt ze lastiger in stalbedrijf en in gemengde groepen.

Zie ookRuin · Merrie

Hengstenkeuring

/jargon#hengstenkeuring

Jaarlijkse beoordeling waar nieuwe fokhengsten worden geselecteerd.

KWPN-hengstenkeuring in Den Bosch (januari) is groot media-event. Strenge criteria: exterieur, beweging, springvermogen, gezondheid, afstamming. Per jaar paar dozijn 'goedgekeurd' van honderden inzendingen. Goedkeuring verhoogt de waarde van de hengst direct sterk.

Zie ookKWPN

Hindernis

/jargon#hindernis

Een obstakel in een springparcours.

Soorten: oxer (twee balken in de breedte), rechte sprong, triple bar (drie balken oplopend), muur, watersloot. Hoogte loopt van 60 cm in B tot 160 cm in 5*. Combinaties (twee of drie hindernissen vlak achter elkaar) tellen als één rubriek maar geven dubbele foutkans.

Zie ookParcours · Oxer

Hindernisbouwer / parcoursontwerper

/jargon#hindernisbouwer-parcoursontwerper

Vakman die springparcoursen ontwerpt en bouwt.

Bepaalt afstanden, lijnen, hindernistechnieken — vormt het verschil tussen een rijdbare en een onmogelijke wedstrijd. Internationale parcoursbouwers (Steve Stephens, Anton Martens, Olaf Petersen) zijn op zichzelf beroemd.

Hippisch

/jargon#hippisch

Bijvoeglijk naamwoord voor 'met betrekking tot paarden of paardensport'.

Hippisch centrum (paardensportcentrum), hippisch evenement, hippisch journalist. Komt uit het Grieks (hippos = paard). Vakterm in plaats van breder 'paarden-'. Hippische vakopleiding = paardenhouderij-opleiding.

Hittestress

/jargon#hittestress

Oververhitting doordat een paard zijn warmte niet meer kwijt kan.

Ontstaat bij warm en vooral vochtig weer, tijdens arbeid of transport. Signalen: snelle ademhaling die niet zakt, aanhoudend zweten of juist niet meer zweten, sloomheid en een lichaamstemperatuur boven de 39,5 °C. Koelen met ruim koud water over het hele lichaam is de effectiefste eerste hulp; bij twijfel de dierenarts bellen.

Zie ookKoliek · Veterinair / paardenarts

Hoef

/jargon#hoef

De hoornige voet van het paard, vergelijkbaar met een uitvergrote vingernagel.

Bestaat uit hoefwand (buitenkant), zool (onderkant), straal (V-vorm in midden), kroonrand (overgang naar been). Groeit ongeveer 1 cm per maand. De hoef regelt schokdemping, bloedsomloop ('hoefpomp') en grip. Slechte hoeven = ongebruikbaar paard.

Zie ookBekappen · Frog / straal

Hoefbevangenheid

/jargon#hoefbevangenheid

Acute ontsteking in de hoef — ernstige, soms levensbedreigende aandoening.

Oorzaken: te veel suikers in vers gras, koliek-medicatie, overgewicht (Cushing/EMS). Symptomen: 'omgekeerd' staan (gewicht op achterbenen), heet hoef, hoge polsslag. Direct dierenarts. Onbehandeld kan het hoefbeen kantelen — vaak levenseinde.

Zie ookHoef · Cushing (PPID)

Hoefslag

/jargon#hoefslag

Het ritme en patroon van de paardenvoeten op de bodem.

Ook: de route langs de wand van de rijbaan. Een 'zuivere hoefslag' betekent dat de gang technisch correct is — zonder onregelmatigheden — wat in dressuur essentieel is. De juryleden luisteren letterlijk mee tijdens een proef.

Hoefsmid

/jargon#hoefsmid

Vakman die de hoeven van het paard verzorgt en beslaat.

Komt elke 6-8 weken langs voor het bekappen of beslaan. Kosten: €60-€120 voor bekappen, €120-€200 voor beslaan met ijzers. Vakmanschap is belangrijk — slecht beslag kan een paard kreupel maken. Opleiding via Kraan College in NL.

Zie ookBekappen · Beslag

Hoefverband / hoefcushion

/jargon#hoefverband-hoefcushion

Tijdelijke bescherming over de hoef bij blessures of voor weidegang.

Bij abces, blauwe plek of hoefbevangenheid wordt vaak een cushion (gevuld kussen) of hoefverband aangebracht. Easyboot of Equine Fusion zijn populaire merken voor barefoot-paarden onderweg.

Hoofdstel / bridon

/jargon#hoofdstel-bridon

De riemen rondom de paardenkop waar bit en teugel aan vastzitten.

Een bridon heeft één bit, een dubbele toomstel (kandare) heeft een bit en stang voor hogere dressuurklassen. Onderdelen: kopstuk, frontriem, neusriem, kinketting (bij kandare), wangriemen. Pasvorm cruciaal — druk op oren of zenuwen geeft hoofdschudden of ander gedrag.

Zie ookBit · Kandare · Neusriem

Hooi

/jargon#hooi

Gedroogd gras — basis van het paardenrantsoen.

Hoeveelheid: 1,5-2 procent van lichaamsgewicht per dag, verspreid over zoveel mogelijk momenten ('ad-libitum' is ideaal). Kwaliteit cruciaal: geen schimmel, geen stof, juiste structuur. Slecht hooi = koliek of luchtwegproblemen. Per paard 5-8 ton per jaar.

Zie ookKuilvoer

Horseball

/jargon#horseball

Teamsport te paard, een mix van basketbal, rugby en polo.

Twee teams van vier ruiters proberen een bal met handgrepen door een hoge ring te gooien. Snel, contactrijk, fysiek. In NL nog klein, in Frankrijk en België groeiende.

HorseID

/jargon#horseid

De Belgische centrale databank waarin elk paard, elke pony en elke ezel verplicht geregistreerd staat.

Wordt beheerd door de Belgische Confederatie van het Paard namens de FOD Volksgezondheid, met toezicht van het FAVV. De houder — niet per se de eigenaar — is verantwoordelijk voor de registratie, en ook elke stallocatie moet geregistreerd zijn. Registreren gebeurt via horseid.be; voor veulens en import uit een EU-land gelden vaste termijnen.

Zie ookFAVV · Paardenpaspoort

Houtshavings

/jargon#houtshavings

Bodembedekking van houtspaanders — absorbeert urine goed.

Komt in zakken of in bulk. Veel gebruikt voor luchtweg-gevoelige paarden, omdat het weinig stof geeft. Wel duurder dan stro, en niet eetbaar. Het afval wordt steeds vaker circulair gecomposteerd.

Zie ookStro

I

9 termen

IBOP / EPTM

/jargon#ibop-eptm

Inschrijvings- en Berijdbaarheidsproef (KWPN) — test voor jonge paarden.

EPTM (Eigen Prestatie Test Merries) voor 3-4 jarige merries. Beoordeelt rijdbaarheid, instelling en bewegen onder een vreemde ruiter (KWPN-testruiter). Vereist voor het predicaat kroon. Eenmaal slagen geldt voor het hele leven.

Zie ookKWPN · Kroon

ICSI

/jargon#icsi

Intracytoplasmatische sperma-injectie — IVF voor paarden.

Eén spermacel wordt rechtstreeks in een eicel ingebracht. Maakt fokken met overleden hengsten of met zeer beperkte sperma-voorraad mogelijk. In NL door enkele klinieken (Kathmann, Embryo Plus). Kosten €5.000-€10.000 per geslaagde dracht.

Zie ookEmbryo-transfer (ET)

ID-chip

/jargon#id-chip

Microchip die in de hals van het paard geïnjecteerd is, gekoppeld aan het paspoort.

Verplicht sinds 2009. Wordt op leeftijd 6-9 maanden door dierenarts ingebracht. Bij grenscontrole, aankoop of vermissing wordt deze gescand. Per paspoort één chip, met uniek 15-cijferig nummer. Kosten chip + paspoort: €100-€200.

Zie ookPaardenpaspoort

Impuls

/jargon#impuls

De energie die het paard van achteruit naar voren draagt.

Niet hetzelfde als snelheid — impuls is gecontroleerde stuwkracht uit het achterbeen. Een paard met impuls voelt 'erop en eraan' onder de ruiter; zonder impuls is het 'plat'. Impuls is voorwaarde voor verzameling.

Zie ookVerzameling

Individuele box

/jargon#individuele-box

Afgesloten stalruimte voor één paard, doorgaans 3x3 of 3x4 meter.

Klassieke huisvesting in NL, niet altijd optimaal vanuit welzijnsoogpunt — paarden zijn kuddedieren en hebben beweging nodig. Liefst gecombineerd met paddock-tijd of ramen tussen boxen. Stro of houtkrullen als bodem, dagelijks uitmesten.

Zie ookGroepshuisvesting

Indoor Brabant

/jargon#indoor-brabant

Belangrijkste internationale indoor-paardensportevenement in NL — eind maart in Den Bosch.

World Cup-finales springen en dressuur in sommige jaren. Plus eventing-indoor en mennerij. Trekt 60.000+ bezoekers per editie. Voor Nederlandse topruiters het hoogtepunt van het indoor-seizoen.

Influenza

/jargon#influenza

Paardengriep — zeer besmettelijke luchtwegaandoening.

Vaccinatie is een KNHS-eis voor wedstrijddeelname. Schema: basisreeks (3 prikken), daarna elke 6 maanden booster voor wedstrijdpaarden, elke 12 maanden voor recreatie. Uitbraken kunnen hele stalterreinen sluiten.

Initiatie

/jargon#initiatie

Instapreeks op Vlaamse provinciale dressuurwedstrijden, vóór Niveau 1 tot en met 3.

Paardensport Vlaanderen deelt provinciale dressuurproeven in van Initiatie tot en met Niveau 3; met voldoende positieve punten promoveert een combinatie naar een hoger niveau (het dressuurreglement bepaalt de drempels per seizoen). De indeling is niet één-op-één gelijk aan de Nederlandse klassen B tot ZZ.

Zie ookKlasse · Winstpunten · Paardensport Vlaanderen

Instructeur

/jargon#instructeur

Diploma-houder die paardrijles geeft.

Niveaus binnen KNHS-opleiding: Instructeur Recreatiesport (basis), ORUN/ORUN+ (recreatie en sport), Trainer 3, Trainer 4. Een goede instructeur is meer dan techniek — hij/zij ziet ruiter en paard als systeem. Tarieven €30-€100 per uur, hoger voor topcoaches.

J

2 termen

Jachtspringen

/jargon#jachtspringen

Springrubriek waarin snelheid direct meetelt in de eindstand.

Anders dan 'klassiek springen op fouten en tijd' is hier elke seconde een fractie van een punt. Vaak gereden als opwarming voor de hoofdrubriek of als eigen klassement. Bij sommige varianten kun je een 'joker' nemen — een hogere hindernis voor bonustijd.

Jongepaardentraining

/jargon#jongepaardentraining

De systematische opbouw van een paard tussen 3 en 6 jaar.

Doel: basisgangen onder de ruiter, ontspannen aanleuning, eerste verzamelingen, eerste sprongen of zijgangen. Geen wedstrijddwang. Een 3-jarige hoort niet hard te werken; pas vanaf 5-6 jaar mag de training intensiveren. Te vroeg te zwaar = stress, ulcera, blessures.

Zie ookAfrichten · Zadelmak

K

24 termen

Kandare

/jargon#kandare

Combinatie van bit en stang met kinketting — vanaf klasse M-dressuur toegestaan.

De stang werkt via hefboomwerking op kinketting en mondhoeken — een precisie-instrument, geen krachtmiddel. Alleen in handen van een ruiter met onafhankelijke zit en zachte hand verantwoord. Verkeerd gebruik geeft directe pijn en blokkades. In NL toegestaan vanaf M2-dressuur.

Zie ookBit · Hoofdstel / bridon

Kappa / hoefkap

/jargon#kappa-hoefkap

Korte beschermer over de hoef tegen het aanslaan van een andere hoef.

Vooral bij paarden die met de achterhoef de bal van de voorhoef raken. Ook bij zwaarder terreinwerk. Lederen of rubber materiaal; veel gebruikt bij galoprennen en cross.

KBRSF

/jargon#kbrsf

Koninklijke Belgische Ruitersportfederatie — de Belgische tegenhanger van de KNHS.

De landelijke koepel voor paardensport in België, met regionale vleugels Paardensport Vlaanderen (PV) en de Ligue Équestre Wallonie-Bruxelles (LEWB). Hanteert eigen klassen en winstpuntensystematiek die deels afwijkt van de KNHS.

Kimberwicke

/jargon#kimberwicke

Bit met kort schuifsysteem voor mild hefboomeffect, met één teugel.

Een veelgebruikt 'tussenbit' in springen voor sterke paarden — meer effect dan snaffle, minder dan pelham. Werkt op poll en kinketting samen. In sommige FEI-disciplines toegestaan, in dressuurproeven niet.

Zie ookBit · Pelham

Klasse

/jargon#klasse

Niveau in een KNHS-discipline (B, L, M, Z, ZZ, Grand Prix).

Bij springen en dressuur kent de KNHS klassen oplopend in moeilijkheid: B (basis), L (licht), M (midden), Z (zwaar), ZZ-licht en ZZ-zwaar, en in dressuur ook Lichte Tour, Z2/Z3 en Grand Prix. Je promoveert door winstpunten te behalen.

Zie ookStartbewijs · Winstpunten

Klasse B

/jargon#klasse-b

Het laagste KNHS-wedstrijdniveau, instap voor recreatieruiters.

In dressuur: één basisproef in stap, draf en arbeidsgalop, met enkele wendingen en overgangen. In springen: hindernissen tot 90 cm. Vanaf hier promoveert een combinatie op winstpunten naar L1. Verreweg de meest gereden klasse in Nederland.

Zie ookKlasse · Winstpunten

Klasse L

/jargon#klasse-l

Lichte klasse — eerste stap boven instap.

In dressuur: L1 en L2, met de eerste verzamelde gangen en uitgestrekte draf. In springen: 100-110 cm. Combinaties beginnen hier vaak hun eigenlijke wedstrijdcarrière. Het is een breed niveau waarin veel ruiters jaren rijden.

Zie ookKlasse

Klasse M

/jargon#klasse-m

Middenklasse — vanaf hier mag kandare in dressuur.

In dressuur: M1 en M2, met vliegende verwisselingen vanaf M2 en het eerste piaffe-werk in zicht. In springen: 115-125 cm. Een paard dat M-dressuur loopt heeft serieuze scholing — geen toevallige promotie.

Zie ookKandare · Vliegende verwisseling

Klasse Z

/jargon#klasse-z

Zware klasse — de drempel naar topsport.

Z1 en Z2 in dressuur vragen om volledige verzameling, reeksen wisselingen en gedeeltelijke piaffe. Springen Z is 130-135 cm. Vanaf hier wordt het percentage combinaties dat doorklimt klein.

Klikker-training

/jargon#klikker-training

Positieve bekrachtiging via een klikgeluid gevolgd door beloning.

Het paard leert: klik = goed = lekkers. Krachtige techniek voor handwerk, trucs, medische procedures (oog druppelen, hoef geven). Geen vervanging voor reguliere training onder de ruiter. Veterinaire klikker-training wordt populair bij stress-gevoelige paarden.

Zie ookPositieve bekrachtiging

Klinische keuring

/jargon#klinische-keuring

Standaard onderdeel van aankoopkeuring — visueel en bewegend onderzoek.

Dierenarts bekijkt paard in rust en beweging, beoordeelt benen, pezen, gangen, hart, longen, ogen, mond. Buigproef op alle vier benen. Subjectief — twee dierenartsen kunnen ander oordeel geven. Kosten gemiddeld €250-€400.

Zie ookAankoopkeuring

KNHS

/jargon#knhs

Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie.

De overkoepelende bond voor paardensport in Nederland. Regelt wedstrijdkalender, klassen, reglementen, opleidingen, en talentontwikkeling. Lidmaatschap is verplicht om officiële wedstrijden te rijden — kosten ongeveer €33 per jaar, met daarbovenop een startpas per paard of pony.

Knie

/jargon#knie

Het grote gewricht halverwege het voorbeen — komt overeen met de menselijke pols.

Verwarrend voor leken: wat eruitziet als een 'knie' bij paarden is anatomisch een pols. De daadwerkelijke knie van het paard zit hoog in het achterbeen, tegen de buik aan. Knie-arthrose is ernstig — vaak einde sportcarrière.

Kogel

/jargon#kogel

Het scharnierende gewricht boven de hoef — paardendialect voor de 'enkel'.

Hoog belast in beweging; kogel-gewrichtsontsteking is een veelvoorkomende blessure bij sportpaarden. Wordt veelvuldig geïnspecteerd op aankoopkeuring. Achterkant van de kogel heet de 'kogelplooi' — in die plooi kan mok ontstaan.

Koliek

/jargon#koliek

Buikpijn bij paarden — kan levensbedreigend zijn.

Symptomen: paard ligt veel, rolt, schopt naar buik, geen mest, zweet. Direct dierenarts bellen. Mogelijke oorzaken: voer, zandopname, parasieten, draaiing van de darm (gevreesde 'twist'). Een paardenverzekering die koliekoperaties dekt (€5.000-€10.000) is sterk aan te raden.

Zie ookVeterinair / paardenarts

Koopovereenkomst

/jargon#koopovereenkomst

Schriftelijk contract bij aanschaf van een paard.

Bevat: prijs, beschrijving paard, doel (sport/recreatie), bekende gebreken, bedenktijd, garantie. Vooral bij dure paarden door specialist (paardenrechtadvocaat) laten opstellen. Mondeling kan ook bindend zijn, maar zonder schriftelijk bewijs is geschil bijna onmogelijk te winnen.

Krachtvoer

/jargon#krachtvoer

Geconcentreerd voer (muesli of pellets) voor extra energie en eiwit.

Aanvullend bij ruwvoer. Hoeveelheid hangt af van werkbelasting — een dressuurpaard heeft meer krachtvoer nodig dan een weidepaard. Te veel geeft hyperactief gedrag, te weinig vermagering en ondervoeding. Variatie van merken: Pavo, Cavalor, Hartog.

Zie ookSupplementen

Kreupel

/jargon#kreupel

Het paard loopt onregelmatig door pijn of ongelijkheid.

Kan komen door hoefproblemen, peesblessures of gewrichtsontsteking. De eerste stap is altijd de hoefsmid en de dierenarts. Bij kreupelheid mag een paard niet doorgereden worden, omdat dat de blessure verergert. Hoofdknikken (de kop omhoog op een pijnlijk been) is klassiek bij voorbeenkreupelheid.

Zie ookVeterinair / paardenarts

Kroon

/jargon#kroon

Tweede KWPN-predicaat — boven ster, vraagt extra IBOP-test of sport.

Vereist naast ster ook een geslaagde IBOP (Inschrijvings- en Berijdbaarheidsproef) of equivalente sportprestatie. Geldt als waardevolle stamlijn-bevestiging in fokkerij. Slechts klein percentage merries behaalt kroon.

Zie ookSter · Model · IBOP / EPTM

Kroonrand

/jargon#kroonrand

De overgang van behaarde huid naar hoornige hoef, net boven de hoef.

Hier wordt nieuwe hoorn gemaakt. Verwondingen aan de kroonrand zijn ernstig — kunnen permanente groeistoornis veroorzaken (gekartelde hoef). Bij weidegang met scherpe hekken altijd dit deel controleren.

Zie ookHoef

Kuilvoer

/jargon#kuilvoer

Geconserveerd gras dat gefermenteerd is in afgesloten balen of kuilen.

Alternatief voor hooi, met hoger vochtgehalte en andere voedingswaarde. Houdbaarder bij vochtig weer. Risico's: schimmel als baal eenmaal open is, botulisme (zelden maar dodelijk). Beste voor paarden met luchtwegproblemen.

Zie ookHooi

Kür op muziek

/jargon#kur-op-muziek

Vrije dressuurproef op zelfgekozen muziek, met verplichte onderdelen per klasse.

De ruiter stelt de volgorde van de oefeningen zelf samen in een vloerplan en rijdt die op muziek die bij het paard past. De jury beoordeelt naast de technische uitvoering ook de artistieke kant: choreografie, muziekkeuze en interpretatie. Welke onderdelen verplicht zijn, verschilt per klasse — de actuele kür-protocollen staan bij de KNHS.

Zie ookDressuurproef

KvK-inschrijving

/jargon#kvk-inschrijving

Verplichte registratie bij Kamer van Koophandel voor commercieel paardenbedrijf.

Wie structureel paarden koopt en verkoopt, opfokt voor verkoop, pension biedt, lessen geeft of trainingen verkoopt, moet ingeschreven staan. Hobbyisten met 1-2 eigen paarden hoeven niet. De grens is vaag — bij twijfel: belastingadviseur.

KWPN

/jargon#kwpn

Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland — het grootste sportpaarden-stamboek van NL.

Registreert en keurt fokkerij van warmbloedpaarden gericht op sport. Belangrijke jaarlijkse events: hengstenkeuring (januari, in Den Bosch), KWPN-paardendagen (zomer). Voorwaarden voor 'ster', 'kroon', 'model' lopen op in strengheid.

Zie ookHengstenkeuring · Ster · Kroon · Model

L

12 termen

Lange teugels

/jargon#lange-teugels

Werken te paard vanaf de grond, achter het paard lopend, met lange teugels naar bit.

Klassieke Spaanse en Portugese trainingstechniek. De trainer loopt achter het paard en stuurt met teugels en stem, zonder zelf op te zitten. Wordt gebruikt voor piaffe, passage en hoge schoolwerk-oefeningen.

Zie ookDubbele longe

Leadrope / leidtouw

/jargon#leadrope-leidtouw

Het touw waarmee een paard aan de hand wordt geleid, bevestigd aan de halster.

Wordt losjes in de hand gevouwen en nooit om hand, pols of arm gewikkeld, zodat een schrikkend paard de leider niet meesleurt. Vastbinden gebeurt met een veiligheidsknoop, nooit aan het bit.

Zie ookHalster · Touwhalster · Veiligheidsknoop / paniekknoop

Letters van de baan

/jargon#letters-van-de-baan

Vaste markeringen rondom de dressuurpiste die figuren markeren.

De buitenring kent de letters A, K, V (in een 60m baan), E, S, H, C, M, R, B, P, F — onthouden via ezelsbruggetjes zoals 'Alle Koeien Verkeren Eens Smakelijk Hooi Champignons Maar Rusten Bij Paddenstoelen Fluitend'. De middenas heeft G, X, I, D en L.

Zie ookDressuurproef

LEWB

/jargon#lewb

Ligue Équestre Wallonie-Bruxelles — de Franstalige regionale vleugel van de KBRSF.

Tegenhanger van Paardensport Vlaanderen voor Wallonië en Brussel. Wie daar rijdt of start, regelt lidmaatschap en licenties via de LEWB; reglementen en kalender wijken op onderdelen af van de Vlaamse.

Zie ookKBRSF · Paardensport Vlaanderen

Lezen van een paard

/jargon#lezen-van-een-paard

Begrijpen van paardenlichaamstaal: oren, ogen, staart, ademhaling.

Plat oor = afkeer of agressie. Oren achter = aandacht naar achteren. Wijde neusvleugels = stress of opwinding. Staart klemmen = pijn of frustratie. Goede ruiters spotten micro-signalen vóór ze tot probleemgedrag escaleren.

Lichte Tour

/jargon#lichte-tour

Prix St-Georges en Intermédiaire I — de eerste internationale dressuurniveaus.

Boven ZZ-zwaar volgt de Lichte Tour: Prix St-Georges en Intermédiaire I. Internationaal startgerechtigd, met reeksen vliegende verwisselingen, pirouettes en passage. Veel paarden eindigen hun carrière op dit niveau zonder ooit Grand Prix te rijden.

Zie ookGrand Prix

Lichtrijden

/jargon#lichtrijden

In draf afwisselend even uit het zadel komen op het ritme.

De ruiter staat op één diagonaal en zit op de andere. Vermindert ruggebruik en wordt vooral in arbeids- en uitgestrekte draf toegepast. In dressuur tot en met klasse L gebruikelijk, vanaf M wordt veel meer doorgezeten.

Zie ookDraf · Doorzitten

Longe

/jargon#longe

Lange lijn (8-15 meter) waaraan het paard in een cirkel beweegt.

Bevestigd aan een speciale longeerkaptoom of aan de bitring. Voor longeren altijd een lange handschoen voor degene die longeert — bij een plotselinge ruk ontstaan anders brandblaren. Een longeerzweep dient om het paard naar voren te activeren, niet om te slaan.

Zie ookLongeren

Longeren

/jargon#longeren

Het paard in een cirkel laten lopen aan een lange lijn.

Gebruikt voor losmaken, training zonder ruiter, of beginnerslessen waarbij de instructeur het paard controleert terwijl de leerling zit. Bij correct longeren bouw je conditie en spieren op zonder belasting van een ruitergewicht. Maximaal 20 minuten per kant per sessie, anders te zwaar voor benen en gewrichten.

Zie ookDubbele longe

Losgelatenheid

/jargon#losgelatenheid

Het paard beweegt ontspannen, zonder spanning in rug, hals en spieren.

De tweede trede van de africhtingsschaal. Herkenbaar aan een schommelende rug, een kauwende mond en een paard dat zich zonder verkramping laat rijden. De energie van achteren loopt door de rug naar voren, wat de voorwaarde is voor een werkelijke aanleuning.

Zie ookAfrichtingsschaal · Takt · Aanleuning · Doorlatendheid

Losrijden / warmrijden

/jargon#losrijden-warmrijden

Het paard vóór een training, proef of parcours soepel, alert en op de hulpen maken.

Kent een vaste opbouw van rustig naar specifiek: stappen aan lange teugel, werktempo's in stap, draf en galop, souplesse-werk, en pas daarna het disciplinespecifieke deel. Het doel is niet het paard moe te rijden, maar het op zijn best de baan of het parcours in te krijgen. Bij wedstrijden gebeurt dit op het losrijdterrein.

Zie ookAanleuning · Verzameling · Halve halt

LRV

/jargon#lrv

Landelijke Rijvereniging — in Vlaanderen een vereniging voor plattelandsruiters en -menners.

Werkt meestal met een lidmaatschapsstructuur in plaats van losse lessenkaarten, en organiseert lessen, activiteiten en soms eigen wedstrijden. Doorgaans wat informeler en goedkoper dan een commerciële manege. Sommige LRV's hebben eigen paarden of pony's; andere richten zich op leden die al een eigen paard hebben.

Zie ookManege · Ruiterbrevet · KBRSF

M

10 termen

Maagzweren (EGUS)

/jargon#maagzweren-egus

Beschadiging van het maagslijmvlies — komt veel voor bij sport- en stalpaarden.

EGUS staat voor Equine Gastric Ulcer Syndrome. Signalen zijn vaag: matige eetlust, doffe vacht, gevoeligheid bij het singelen, mindere prestaties of terugkerende lichte koliek. Zekerheid geeft alleen een gastroscopie door de dierenarts. Risicofactoren: lange periodes zonder ruwvoer, veel krachtvoer, stress en intensieve training.

Zie ookKoliek · Veterinair / paardenarts

Manchetten

/jargon#manchetten

Bescherming voor de kogels (achterhoeven) tegen zelfraak.

Korte beschermers rondom de kogel — gebruikt bij paarden die zichzelf raken (over-reaching), vooral bij springen of snelheidswerk. Te strak geeft drukplekken; te los werkt niet.

Manege

/jargon#manege

Bedrijf dat paardrijles geeft met eigen paarden.

De startplek voor de meeste ruiters. Een uur les met manegepaard kost €25-€45. Klassen op niveau: F (basis) tot wedstrijdklas. Goede manege heeft veiligheidscultuur, gevarieerde paarden, vakkundige instructeurs. Kies niet op prijs alleen.

Manen

/jargon#manen

Het lange haar op de paardenkop en nek.

In dressuur worden manen meestal kort gehouden ('ingevlochten' op wedstrijd). Friezen en Andalusiërs houden volle, lange manen. Witte manen vragen extra was en zonbescherming. Niet borstelen met harde borstel — anders breken haren af.

Mauke

/jargon#mauke

Synoniem voor mok in sommige regio's; ook gebruikt voor de chronische vorm.

Mauke verwijst soms specifiek naar chronische, terugkerende huidontsteking met dikker geworden huid en kale plekken. Vaak bij koudbloeders met dichte beenbehang (Friesen, Tinkers).

Zie ookMok

Mennen

/jargon#mennen

Paardrijden achter een aanspanning — niet op het paard maar in een koets of marathonwagen.

Disciplines: dressuur, vaardigheid (een parcours met kegels), marathon. Eén-, twee- of vierspannen. Nederland heeft een sterke menners-traditie — KNHS-mensport is een eigen discipline met eigen klassen, en IJsbrand Chardon haalde meermaals wereldgoud.

Zie ookAanspannen

Merrie

/jargon#merrie

Vrouwelijk paard.

Merries hebben een 21-daagse hormonale cyclus (loopsheid). Sommige merries vertonen heftige loopsheid die hun werk beïnvloedt — bij topsport soms onderdrukt met hormonale preparaten (Regumate). Topdressuur en springen kennen veel sterke merries: in de dressuur Bella Rose en Weihegold (beide van Isabell Werth), in het springen Sapphire, waarmee McLain Ward twee keer olympisch teamgoud won.

Merriekeuring

/jargon#merriekeuring

Beoordeling van fokmerries op exterieur en bewegingen.

KWPN keurt merries vanaf 3 jaar; oplopende predicaten 'ster', 'kroon', 'model'. Plus sportpredicaten gebaseerd op nakomelingen of eigen prestaties (sport-merrie, prestatieprijzen). Belangrijk voor fokwaarde en verkoopprijs.

Zie ookSter · Kroon · Model

Model

/jargon#model

Hoogste KWPN-fokpredicaat — alleen voor merries die nakomelingen hebben gebracht.

Bovenop kroon ook nakomelingen die zelf gepresteerd hebben (in sport of fokkerij). Topfokmerries die de moederlijn definiëren. Zeldzaam en gezocht — een veulen uit zo'n model-moederlijn kost vele tienduizenden euro's.

Zie ookSter · Kroon

Mok

/jargon#mok

Huidontsteking in de plooi achter de kogel, vaak door vocht en bacteriën.

Klassiek najaars- en winterprobleem. Symptomen: korstjes, dikke achterbenen, soms kreupel. Behandeling: huid droog houden, jodium- of zinkzalf, antibiotica bij ernstige infectie. Hoort vooral bij paarden met witte beenmarkeringen (gevoeliger huid).

Zie ookMauke

N

5 termen

Naspringen

/jargon#naspringen

Onzuiverheid bij de vliegende galopwissel waarbij het achterbeen een galopsprong later wisselt dan de voorbenen.

Ook wel laat-achter wisselen genoemd. Het paard galoppeert dan even gekruist: voor al in de nieuwe galop, achter nog in de oude, vaak zichtbaar als een korte, haperende sprong. Komt meestal door te weinig verzameling, haast, scheefheid of een verkeerd getimede vraag.

Zie ookVliegende verwisseling · Verzameling

Natural Horsemanship

/jargon#natural-horsemanship

Trainingsfilosofie gebaseerd op het natuurlijke gedrag en de taal van paarden.

Bekende exponenten: Pat Parelli, Monty Roberts, Buck Brannaman. Werkt met druk en het loslaten van druk, bodemwerk, lichaamstaal. Geen wondermiddel — sommige programma's commercieel uitgebuit. Goede toepassing is verfijnde communicatie, niet vasthouden aan een methode.

Zie ookBodemwerk / grondwerk · Druk en druk loslaten

Neck-reining

/jargon#neck-reining

Sturen met één hand, waarbij de teugel tegen de hals van het paard wordt gelegd in plaats van eraan te trekken.

Voor een wending naar rechts duwt de teugel tegen de linkerkant van de hals, en het paard wijkt uit voor die druk. Dat vraagt een andere training dan sturen op directe teugelaanname: het paard leert de halsdruk als stuursignaal herkennen. Kenmerkend voor western rijden, waar de vrije hand oorspronkelijk een lasso of gereedschap vasthield.

Zie ookWestern · Reining

Neusriem

/jargon#neusriem

De riem rondom de paardenneus, onderdeel van het hoofdstel.

Typen: gewoon (Engels), gekruist (Mexicaans of Hannoveriaans), drop (lager). Mag bij FEI-controle nooit zo strak zitten dat je geen vinger meer onder krijgt — een te strakke neusriem geeft pijn en is een ernstige welzijnskwestie. In 2025 strenger gehandhaafd.

Zie ookHoofdstel / bridon

NRPS

/jargon#nrps

Nederlands Rijpaarden en Pony Stamboek.

Tweede sportstamboek in NL, ontstaan uit een historische scheuring binnen KWPN. Meer flexibele toelating, kleinere populatie, vergelijkbare opzet. Groeit gestaag in het springsegment.

O

5 termen

Olympische paardensport

/jargon#olympische-paardensport

Drie disciplines op de Spelen: dressuur, springen, eventing.

Enige Olympische sport waar mannen en vrouwen direct tegen elkaar strijden, ongeacht leeftijd. Nederlandse topprestaties: Anky van Grunsven (3x goud individueel dressuur), Jur Vrieling (springen), Jeroen Dubbeldam (springen).

Oortjes

/jargon#oortjes

Stoffen oorbeschermers tegen wind, vliegen en omgevingsgeluid.

Vooral in springen en dressuur op wedstrijden. Dempen geluid en helpen schrikachtige paarden focussen. Vroeger 'fly bonnet' genoemd. Sommige varianten met geluiddempend schuim binnen — toegestaan onder FEI-regels.

Op de hand

/jargon#op-de-hand

Het paard leunt zwaar op het bit en de ruiterhand.

Klassiek probleem: het paard gebruikt de teugel als steun, in plaats van zelf zijn voorhand te dragen. Oplossing zit niet in harder trekken (verergert het) maar in lichter handwerk en meer schenkel/zit naar achterbeen — zodat het paard zichzelf gaat dragen.

Zie ookAanleuning · Zelfhouding

Opzichtclausule

/jargon#opzichtclausule

Bepaling in een aansprakelijkheidsverzekering die schade aan geleende of gehuurde spullen beperkt of uitsluit.

Spullen die je 'onder je hebt' — een geleend paard, zadel of trailer — vallen onder opzicht, en juist die schade is in veel AVP's beperkt gedekt of uitgesloten. Voor bijrijders is dit dé clausule om na te vragen: het paard van een ander berijden is het schoolvoorbeeld van opzicht.

Zie ookAansprakelijkheidsverzekering

Oxer

/jargon#oxer

Een hindernis met twee evenwijdige balken in de breedte.

Wijdere uitnodiging tot springen dan een rechte sprong, omdat het paard zowel hoogte als breedte moet overbruggen. Een 'vierkante oxer' heeft beide balken op gelijke hoogte; bij 'oplopende oxer' is de achterste hoger. Een 'driebar' is een drievoudige variant.

Zie ookHindernis

P

18 termen

Paardenpaspoort

/jargon#paardenpaspoort

Verplicht identiteitsdocument voor elk paard in Europa.

Bevat afstamming, signalement, vaccinatieoverzicht, eigenaarsgeschiedenis. Bij paardenmarkt-aankoop direct controleren. Uitgegeven door stamboek of door RVO (voor stamboekloze paarden). Sinds 2009 EU-verplicht; bij staan zonder paspoort: boete plus mogelijk wegvoeren.

Zie ookID-chip

Paardensport Vlaanderen

/jargon#paardensport-vlaanderen

De Vlaamse paardensportfederatie — regionale vleugel van de KBRSF voor Vlaanderen.

Beheert in Vlaanderen de wedstrijdkalender, de licenties en het brevettensysteem, en is voor Vlaamse ruiters het eerste loket; de nationale en internationale lijn loopt via de KBRSF. Aansluiten gebeurt meestal via een aangesloten club of vereniging.

Zie ookKBRSF · LRV · Ruiterbrevet · Startkaart

Paardenverzekering

/jargon#paardenverzekering

Vrijwillige verzekering voor het paard zelf — diergeneeskundige kosten en overlijden.

Niveaus: alleen overlijden (basis), overlijden + operatieve ingrepen (uitgebreid), volledige medische dekking (premium). Premie variabel: €30-€200 per maand afhankelijk van paard-waarde en leeftijd. Topsport-paarden vaak los verzekerd met agrarisch makelaar.

Zie ookAansprakelijkheidsverzekering

Paddock

/jargon#paddock

Een kleinere, vaak verharde omloopruimte zonder veel gras.

Onderscheid van weide: paddock is bestemd voor uitloop, niet voor grazen. Bodem: zand, kunststof, of gravel. Geschikt voor paarden met EMS (geen suiker) en voor winter wanneer weiden onder water staan.

Zie ookWeide / wei

Parcours

/jargon#parcours

De volgorde van hindernissen in een springwedstrijd.

Vooraf gebouwd door de parcoursbouwer en gelopen door de ruiters in de zogenaamde 'parcoursverkenning' van 10-15 minuten. Afstand tussen hindernissen wordt geteld in galopsprongen (1 galopsprong = 3,5-3,8m). De ruiter bepaalt route, tempo en lijnen.

Zie ookHindernis · Foutpunten

Passage

/jargon#passage

Een verzamelde, verheven draf met duidelijke vlucht tussen de passen.

Het paard zet de diagonale beenparen krachtig en hoog op, met een rustig zwevend moment. Eerst voorgevraagd in ZZ-licht, en kern van Grand Prix. Een mooie passage wordt vaak met 8'en en 9'en beoordeeld — een lelijke met 4'en.

Zie ookPiaffe · Grand Prix

Peesbeschermers

/jargon#peesbeschermers

Bescherming voor de pezen aan de voorbenen — vooral bij springen.

Vormen: open-front (springen, doorlatend van bovenaf), gesloten (dressuur), polobandages (oude stijl, doek). Voorkomen schade als het paard zichzelf raakt met de achterhoef tegen voorpees. Sinds FEI 2025 zijn maximaal-gewicht en materiaalregels strenger.

Zie ookSpringbeenstukken

Pelham

/jargon#pelham

Een bit met hefboomwerking en plaats voor twee teugels — een compromis tussen snaffle en kandare.

Gebruikt in springen waar een snaffle te weinig en een dubbele toomstel onpraktisch is. Twee teugels: bovenste werkt als snaffle, onderste activeert hefboom. Voor recreatie en springen toegestaan; in dressuurproeven niet.

Zie ookBit

Pension / stalling

/jargon#pension-stalling

Stalruimte waar een paard op kost en inwoning staat.

Full pension (alles geregeld: voer, uitmesten, weidegang) kost in NL €350-€700/maand. Halfpension betekent dat een ander de helft van de week het paard mag rijden en de helft van de kosten betaalt — populair voor manegeruiters die toewerken naar een eigen paard.

Zie ookHalfpension

Piaffe

/jargon#piaffe

Verzamelde draf op de plaats — het paard danst zonder vooruit te gaan.

De moeilijkste klassieke oefening. Diagonale beenparen wisselen in trippelend ritme zonder dat het paard zich verplaatst, met laag achterbeen en hoge poten. Vraagt jaren training. Verkeerd uitgevoerde piaffe (paard hoog, achterbeen niet onder) is een veel voorkomende fout.

Zie ookPassage · Grand Prix

Pirouette

/jargon#pirouette

Het paard draait in een zeer kleine cirkel rond de achterhand.

In galop: het paard maakt een hele draai in 6-8 galopsprongen, met de achterbenen bijna op de plaats en de voorhand in een cirkel daaromheen. Halve pirouette in M, hele in Z. Klassieke fout: 'rugwaarts kantelen' van de achterbenen.

Polo

/jargon#polo

Teamsport te paard waarbij een bal met een lange stok in het doel wordt geslagen.

Wedstrijden van vier chukkas (perioden) van zeven minuten, met paardenwisselingen. Vraagt extreem wendbare paarden — meestal Argentijnse Polo Ponies. Beperkt in NL, met de NPV (Nederlandse Polo Vereniging) als koepel.

POR

/jargon#por

Onderdeel van TREC: de oriëntatietocht over afstand met kaart en voorgeschreven snelheden.

De combinatie rijdt een parcours aan de hand van een kaart en een uitgezette route, op voorgeschreven snelheden. Zowel de juiste route vinden als de opgelegde regelmaat aanhouden telt mee: te snel, te langzaam of een verkeerde afslag kost punten.

Zie ookTREC · PTV

Positieve bekrachtiging

/jargon#positieve-bekrachtiging

Het belonen van gewenst gedrag in plaats van straffen van ongewenst gedrag.

Wetenschappelijk de meest effectieve leermethode bij paarden. Beloning kan voer, krauw of stem zijn. Werkt vooral bij grondwerk en complexe trucs. Onder de ruiter complementair aan druk-en-loslaten, niet vervangend.

Zie ookKlikker-training

Premie-merrie

/jargon#premie-merrie

Term in sommige stamboeken (vooral FPS) voor merries met meerdere goede afstammelingen.

Cumulatieve onderscheiding op basis van kwaliteit van nakomelingen. Premielijst van Friese stamboek bevat de absolute top van moederlijnen. Vaak doorgegeven binnen families van fokkers.

Prestatieprijzen

/jargon#prestatieprijzen

Fokpredicaat voor merries met meerdere sportief gepresteerde nakomelingen.

Bij KWPN: prestatiemerrie, prestatiemoeder, prestatieleeftijd-merrie. Stelt eis aan aantallen wedstrijd-actieve nakomelingen op hoog niveau. Onderscheidt 'toevallige' goede fokmerrie van consistent zuivere stam.

Promotie

/jargon#promotie

Verplicht stijgen naar een hogere wedstrijdklasse na voldoende winstpunten.

Een combinatie wordt automatisch gepromoveerd zodra de puntendrempel overschreden wordt. Degradatie naar een lagere klasse is in principe niet mogelijk — wel kan een ruiter met een nieuw paard onderaan beginnen, zolang die combinatie nog geen punten heeft.

PTV

/jargon#ptv

Onderdeel van TREC: een hindernisparcours in het terrein met natuurlijke en nagebootste obstakels.

Bevat onder meer een poort die te paard wordt geopend en gesloten, een brug, een waterpartij, laaghangende takken, op- en afstappen, achteruit rijden en een sloot. Anders dan bij springen ligt de nadruk niet op hoogte, maar op kalmte en gehoorzaamheid onder wisselende omstandigheden.

Zie ookTREC · POR

R

13 termen

Rechtrichting

/jargon#rechtrichting

Het paard zo trainen dat het met de achterbenen in het spoor van de voorbenen loopt en aan beide handen gelijk buigt.

De vijfde trede van de africhtingsschaal. Paarden zijn van nature scheef; rechtrichten verdeelt de draagkracht gelijkmatig over beide achterbenen en is een voorwaarde voor verzameling. Schouderbinnenwaarts is een van de belangrijkste oefeningen om het te bereiken.

Zie ookAfrichtingsschaal · Verzameling · Schouderbinnen / schouderbinnenwaarts

Recreatieruiter

/jargon#recreatieruiter

Ruiter die rijdt voor plezier, niet voor wedstrijden.

De grootste groep paardenliefhebbers — verreweg de meeste paarden in NL worden niet voor de sport gehouden. Buitenritten, dressuurlessen, basisspringen, voor de gezondheid en het partnerschap. Geen startbewijs nodig.

Reining

/jargon#reining

Westerndiscipline met spinnen, sliding stops en flying lead changes.

De 'dressuur' van de westernsport: een voorgeschreven patroon van galop-cirkels, snelle stops met sliding plates en pirouettes. Officieel FEI-erkend sinds 2002. Vraagt vroeg-getrainde, mentaal stabiele paarden — meestal Quarter Horses.

Zie ookWestern · Neck-reining · Spin · Sliding stop · Rollback

Renvers

/jargon#renvers

Variant van travers waarbij voorbenen van de hoefslag af komen, hindbenen op de hoefslag.

Spiegelbeeld van travers. Vraagt nog meer evenwicht omdat het paard tegen de wand moet plooien. Vooral in M en Z gebruikt als opbouwoefening naar pirouettes.

Zie ookTravers

Rhino (EHV)

/jargon#rhino-ehv

Equine Herpesvirus — kan ademhalingsproblemen, abortus of neurologische schade geven.

Vooral EHV-1 en EHV-4. Vaccinatie wordt aanbevolen maar niet altijd verplicht. In 2021 was een grote EHV-1-uitbraak in Valencia die internationaal hippisch verkeer maanden stillegde. Bij verdenking direct isolatie en testen.

Rijbroek

/jargon#rijbroek

Strakke broek met kunstleren of suède inzetstukken aan de binnenkant.

De inzetstukken verhogen de grip in het zadel en voorkomen scheuren tijdens lange ritten. Knie-inzet (kort) of full-seat (heel binnenbeen). Wedstrijdkleur: wit voor dressuur, beige voor springen. Witte rijbroeken vlekken zwart, dus meerdere paren zijn nodig.

Rijlaars

/jargon#rijlaars

Lange laars tot net onder de knie voor rijden.

Alternatieven: chaps (over normale schoen, voor stallen), korte rijlaars met chaps. Top-laarzen op maat (Cavallo, Konig) kosten €600-€1500. In wedstrijden zwart of bruin, in dressuur altijd zwart.

Rollback

/jargon#rollback

Reining-manoeuvre: een draai van 180 graden direct aansluitend op een stop, gevolgd door een nieuw galopvertrek.

Na de stop verandert het paard onmiddellijk van richting en vertrekt het weer in galop. Het vloeiende geheel vraagt een goed getraind paard dat in balans blijft. Een van de vaste onderdelen naast de spin en de sliding stop.

Zie ookReining · Spin · Sliding stop

Röntgenkeuring

/jargon#rontgenkeuring

Aanvullende röntgenfoto's voor beoordeling van botstructuren en gewrichten.

Standaard 18 of 21 opnames van knieën, kogels, hoeven, hakken. Beoordeling door specialist op bevindingen die binnen normaalbereik vallen voor leeftijd en discipline. Sportpaarden vragen vaak extra opnames van rug. Totaalkosten €500-€1000.

Zie ookAankoopkeuring · Klinische keuring

Rosette

/jargon#rosette

Lintbloem of prijslint voor een ereplaats.

Eerste plaats: oranje. Tweede: zilver. Derde: brons. Vierde t/m tiende vaak nog rosette in andere kleuren. Niet alleen waarde voor jonge ruiters — zelfs profruiters trekken op grote concours rosettes naar de stal.

Ruin

/jargon#ruin

Gecastreerd mannelijk paard.

De meest gehouden categorie — rustig, voorspelbaar, geschikt voor stallen en groepshuisvesting. Castratie meestal tussen 1-3 jaar. Niet alle hengsten worden ruin; alleen die niet voor de fokkerij geschikt zijn.

Zie ookHengst · Merrie

Ruiterbewijs

/jargon#ruiterbewijs

Diploma van FNRS dat aangeeft welk basisniveau een ruiter beheerst.

F = basis (eerste paardenkennis, basis stap-draf-galop), E/D/C oplopend in moeilijkheid. Geen wedstrijddiploma maar bewijs voor manege en buitenritten. Praktisch alleen relevant in recreatiesport.

Zie ookRuiterbrevet · FNRS · Manege

Ruiterbrevet

/jargon#ruiterbrevet

Vlaams getuigschrift waarmee een ruiter aantoont bepaalde vaardigheden te beheersen, van basis tot gevorderd.

Onderdeel van het brevettensysteem van de sportfederatie Paardensport Vlaanderen, dat sinds de vernieuwing officieel Rozetten heet (Rozet 1 tot en met 6). Een brevet is geen verplichting om te mogen rijden of te starten, maar wel een ijkpunt voor vooruitgang; de hoogste Rozetten geven toegang tot het lesgeverstraject. Vergelijkbaar met het Nederlandse ruiterbewijs, maar met een eigen indeling en eigen eisen.

Zie ookRuiterbewijs · KBRSF · Manege

S

36 termen

Sarcoid

/jargon#sarcoid

Goedaardige maar lastig te behandelen huidtumor, veroorzaakt door een paardvirus.

Verschillende verschijningsvormen: vlak, knobbel, occult. Komt vaak rond gevoelige huid (oog, oksel, lies). Behandeling: cryotherapie, snijden, AW4-LUDES, plaatselijke chemo. Vaak terugkerend.

Schenkelhulpen

/jargon#schenkelhulpen

Signalen van de benen van de ruiter op de flanken van het paard.

Drukken op de singel = voorwaarts. Iets achter de singel = zijwaarts of buigen. Goede schenkelhulpen zijn kort, helder en consequent — een paard dat continu schenkel krijgt wordt doof. Een sporadische tik met de spoor corrigeert efficiënter dan dag in dag uit knijpen.

Zie ookGewichtshulp · Teugelhulp

Schoft

/jargon#schoft

Het hoogste punt van de schouder, waar zadel en stokmaat worden gemeten.

Stokmaat = afstand grond tot schoft, in cm. Stokmaat onder 148 cm = pony (KNHS-definitie), boven = paard. Vlakke vs hoge schoft beïnvloedt zadelpasvorm — een hoge schoft heeft een zadel met genoeg kamerruimte nodig om niet te knellen.

Scholing

/jargon#scholing

Het systematisch bouwen aan een paard volgens de klassieke trainingsladder.

Klassieke trainingsschaal (vanuit de Duitse traditie): Takt, Losgelassenheit, Anlehnung, Schwung, Geraderichtung, Versammlung. Elke stap bouwt op de vorige. Springen valt los van deze schaal maar deelt het principe: rust en regelmaat eerst.

Zie ookAfrichtingsschaal · Verzameling · Impuls

Schouder

/jargon#schouder

Het schouderblad van het paard, dat onder de schoft beweegt.

Bouw van de schouder bepaalt voor groot deel de gangkwaliteit en sprongkracht. 'Schuine schouder' is gunstig voor dressuur en lange-pas-paarden; 'rechte schouder' geeft kortere stappen en is een gebrek bij sportpaarden.

Schouderbinnen / schouderbinnenwaarts

/jargon#schouderbinnen-schouderbinnenwaarts

Zijgangoefening waarbij voorbenen naar binnen worden gebracht, hindbenen op de hoefslag blijven.

Het paard kruist diagonaal — linker voorbeen voor het rechter — en buigt licht naar de binnenkant. Bouwt souplesse, schenkelreactie en draagkracht in het achterbeen op. Een van de belangrijkste klassiekers in de basistraining.

Zie ookTravers · Renvers · Rechtrichting

Sectorraad Paarden

/jargon#sectorraad-paarden

De Nederlandse beroepsorganisatie voor de paardensector.

Vertegenwoordigt paardenhouderij richting overheid en EU. Houdt zich bezig met dierenwelzijn, milieuregels, gewasbescherming op weidegrond, kennisontwikkeling. Geen lidmaatschap voor ruiters — wel relevant voor stalhouders en fokkers.

Singel

/jargon#singel

De riem die het zadel onder de paardenbuik vasthoudt.

Bestaat uit leer, neopreen of geweven materiaal. Aanhalen in fasen — eerst los, dan na enkele stappen vaster, dan vlak voor opstijgen definitief — voorkomt singeldruk en huidirritatie. Sommige paarden zijn 'singelnijdig' (overgevoelig bij het aansingelen) en hebben extra zorg nodig.

Zie ookZadel

Sjabrak

/jargon#sjabrak

De stoffen onderlegger tussen zadel en paardenrug.

Beschermt zadel en paardenrug, absorbeert zweet. In dressuurklassen meestal wit, in springen vrij in kleur. Pad-vorm volgt zadelvorm (dressuur vs spring). Wassen na elke rit voorkomt zweetkorsten en irritatie.

Zie ookZadel

Slangenlijn / slangenvolte

/jargon#slangenlijn-slangenvolte

Rijbaanfiguur: een reeks bogen langs de lange zijde, steeds van de ene naar de andere kant van de middenlijn.

Vraagt om steeds opnieuw buigen en rechten van het paard. Een goede slangenlijn is een maat voor de souplesse en de volgzaamheid, en wordt in proeven gebruikt om herhaald van hand veranderen te toetsen.

Zie ookVolte · Van hand veranderen · Letters van de baan

Sliding stop

/jargon#sliding-stop

Reining-manoeuvre: vanuit galop een lange, glijdende stop op de achterbenen.

Een van de kenmerkende onderdelen van reining. Het paard draagt achter gladde ijzers — sliding plates — die het glijden mogelijk maken. De combinatie van snelheid, kracht en controle maakt de oefening karakteristiek voor de westernsport.

Zie ookReining · Spin · Rollback

Snaffle / trens

/jargon#snaffle-trens

Het mildste, eenvoudigste bit — recht of gebroken, met losse ringen.

Werkt vooral op tong en mondhoeken, niet op het verhemelte of de kinketting. Het standaard-bit in lager niveau wedstrijden en voor jonge paarden. Verschillende varianten: enkel gebroken, dubbel gebroken (French link, met middendeeltje), recht.

Zie ookBit

Spenen

/jargon#spenen

Het scheiden van moedermerrie en veulen, meestal rond 6 maanden.

Een groot stressmoment voor beiden. Stapsgewijs spenen (eerst overdag scheiden, dan ook 's nachts) is rustiger dan abrupt. Veulens worden vaak in een groep met leeftijdgenoten gehouden — sociale ontwikkeling is cruciaal.

Zie ookVeulen

Spin

/jargon#spin

Reining-manoeuvre: een snelle draai om de achterhand, vrijwel op de plaats.

Een van de kenmerkende onderdelen van een reiningproef, naast de sliding stop en de rollback. De voorhand draait in een cirkel rond terwijl de achterbenen vrijwel op één punt blijven. Vraagt precisie en balans van het paard.

Zie ookReining · Sliding stop · Rollback

Sporen

/jargon#sporen

Metalen of kunststof haakjes aan de hiel van de rijlaars, voor schenkelversterking.

Soorten: rond bol (mildst), wartelrad (matig), scherpe punt (alleen voor kunde). Vanaf klasse M dressuur verplicht. Een spore is geen straf maar precisie — bij ruwe ruiters geeft hij doorligplekken op de flanken (sporenplek). Lengte: max 35 mm KNHS.

Sportkeuring

/jargon#sportkeuring

Veterinaire controle van wedstrijdpaarden voor of tijdens een evenement.

Op grote wedstrijden (CSI, CDI) verplichte 'vet check' vóór de eerste dag en soms tussendoor. Niet-gekeurd of afgekeurd = niet starten. Hier worden ook welzijnsregels op neusriemen, bloed in mond, materiaal gecontroleerd.

Zie ookVeterinair / paardenarts

Springbeenstukken

/jargon#springbeenstukken

Beschermers voor de achterbenen tegen contact met balken bij springen.

Hard kunststof aan de binnenzijde, zacht aan de buitenzijde — zo voelt het paard een klap naar binnen wel, maar raakt het niet gewond. De reden: paarden mogen niet via beschermers 'gestraft' worden (FEI-welzijnscriterium). De dikte en het gewicht zijn aan regels gebonden.

Zie ookPeesbeschermers

Springlinie

/jargon#springlinie

Een reeks hindernissen achter elkaar.

Hindernissen op afstanden gemeten in galopsprongen. De ruiter moet vooraf de afstanden lopen en de strategie bepalen. Klassieke combinaties: drie-sprong-één (oxer-galopsprong-steilsprong), twee-sprongen-één. Verkeerde lijn = afworp.

Zie ookParcours

Springsport

/jargon#springsport

Discipline waarin paard en ruiter een parcours van hindernissen foutloos én snel proberen te springen.

Olympisch sinds 1900. Nederland heeft historisch een topreputatie (Whitaker, Schroder, Van der Vleuten). Hindernishoogtes lopen van 60 cm in B tot 160 cm in Grand Prix. Eindstand is fouten + tijd.

Zie ookParcours · Hindernis

Springzadel

/jargon#springzadel

Zadel voor springen, met vlakker zit en kortere voorwaarts geknipte bladen.

Geeft de ruiter ruimte om in een korte stijgbeugel naar voren te gaan over de hindernis. Wordt vaak ook voor cross gebruikt. Allround-zadels zijn een compromis dat noch voor dressuur, noch voor springen optimaal is.

Zie ookZadel · Dressuurzadel

Springzweep

/jargon#springzweep

Korte zweep (max 75 cm) voor springen — voor schouder of nek.

Anders gebruikt dan dressuurzweep: kort, met klap-uiteinde, voornamelijk om paard 'wakker' te maken vlak vóór een hindernis. Onder FEI-reglement is misbruik (meer dan drie tikken, te hard) directe gele kaart of diskwalificatie.

Zie ookDressuurzweep

Staart

/jargon#staart

De haarbedekte aanhang aan de achterhand.

Functies: vliegenafweer, balans, communicatie. In sommige fokrichtingen (dressuur, springen) kort gehouden of in een 'tasje' om de staart te beschermen. Een lange, volle staart vraagt onderhoud en wordt voor transport vaak in een 'staartzak' beschermd.

Staartriem

/jargon#staartriem

Riem onder de staart, vaak bij mennen of tijdens transport.

Voorkomt dat het zadel of harnas naar voren glijdt. In het tuig voor mennen standaard ('bils'); bij rijden zelden gebruikt, soms bij sterk bergop-rijden of bij paarden met zwakke schoft.

Stalleidsel

/jargon#stalleidsel

Het touw waaraan een paard aan een halster wordt geleid.

Standaardlengte 2-3 m, materiaal leer of katoen. Bij het vasthouden wordt het leidsel niet om de hand gewikkeld — bij paniek kan de kracht van het paard de vingers verwonden. Geleid wordt ter hoogte van de schouder van het paard, een halve stap ervoor.

Stalwagen / paardentrailer

/jargon#stalwagen-paardentrailer

Aanhanger of vrachtwagen voor het vervoer van paarden.

Standaard 2-paards trailer (€3.000-€15.000) of vrachtwagen (€20.000-€200.000+). Rijbewijs BE of C(E) nodig afhankelijk van gewichtsklasse. Inrichting cruciaal: rubber bodem, scheidingsbalk, ventilatie, voer- en waternet voor lange ritten.

Stamboek

/jargon#stamboek

Officieel register van een paardenras met afstamming en kwaliteitskeuring.

Belangrijkste in NL: KWPN (warmbloed sport), Friesch Paarden-Stamboek (Friezen), NRPS (recreatie), Shetland Pony Stamboek. Een stamboekpaard is meestal duurder maar geeft zekerheid over afstamming en eerdere keuringen.

Zie ookKWPN · FPS · NRPS

Stap

/jargon#stap

De langzaamste gang, 4-takt — vier afzonderlijke voetslagen.

Snelheid ongeveer 6-7 km/u. Soorten: middenstap (basis), verzamelde stap (hoger, korter), uitgestrekte stap (langer, verder over de grond), vrije stap (paard mag hals strekken). Goede stap is moeilijker dan veel ruiters denken — vaak het onderdeel waar dressuurproeven worden gewonnen of verloren.

Zie ookDraf · Galop

Stapmolen

/jargon#stapmolen

Automatische ronddraaiende installatie waarin paarden lopen, zonder ruiter.

Voor warmlopen, afkoelen na werk, of basisbeweging op rustdagen. Tempo en richting instelbaar. Niet als enige beweging gebruiken — vervangt niet de bewegingsvariatie van werk of weide. Investering van €15.000+, vaak gedeeld op pension-stallen.

Startbewijs

/jargon#startbewijs

Je toelating als wedstrijdruiter bij de KNHS.

Een startbewijs wordt aangevraagd bij de KNHS om wedstrijden te mogen rijden. Daarvoor zijn een lidmaatschap en een ingeschreven paard nodig, en er wordt voor één of meer disciplines gekozen. De verwerking duurt enkele werkdagen. Kosten: ongeveer €30 per discipline per jaar.

Zie ookKlasse · KNHS · Startpas

Startkaart

/jargon#startkaart

Belgische wedstrijdlicentie via Paardensport Vlaanderen of de LEWB — tegenhanger van het Nederlandse startbewijs.

De Belgische federaties werken met licentie- of vergunningstypes per discipline en wedstrijdniveau; welk type je nodig hebt hangt af van waar je wilt starten. Een Nederlandse startpas geldt niet automatisch in België — de indeling en tarieven staan in het reglement van de eigen federatie.

Zie ookStartbewijs · Paardensport Vlaanderen · KBRSF

Startpas

/jargon#startpas

Het wedstrijddocument van het paard, gekoppeld aan ruiter en discipline.

Naast het startbewijs heeft elk paard een eigen startpas per discipline en per ruiter-paard-combinatie. Winstpunten worden op de combinatie geboekt, niet op de ruiter alleen. Bij verkoop of overstap reset de pas niet automatisch — promoties blijven gelden.

Zie ookStartbewijs · Winstpunten

Ster

/jargon#ster

Predicaat voor merries en hengsten — eerste kwaliteitsstempel binnen KWPN.

Wordt verleend bij goede beoordeling op exterieur en beweging. Verhoogt fokwaarde en verkoopwaarde. Voor merries vaak rond 3-4 jaar behaald. Niveau onder 'kroon' en 'model'.

Zie ookKroon · Model

Stijgbeugel

/jargon#stijgbeugel

De metalen beugel waarin de ruiter zijn voet plaatst.

Lengte hangt af van discipline: lang in dressuur, kort in springen, ultrakort in cross. Veiligheidsstijgbeugels (met breekbare zijkant of rubber band) verkleinen bij een val het risico dat de voet vast komt te zitten en de ruiter wordt meegesleurd.

Zie ookZadel

Stresssignalen

/jargon#stresssignalen

Lichamelijke en gedragsmatige tekens dat een paard onder spanning staat.

Zweten zonder inspanning, gapen, hoog hoofd, snelle ademhaling, witte rand om oog (Engels: 'whale eye'), tongspelen. Te lang onbeantwoord = stress wordt chronisch en geeft maagzweer, weven, hoofdschudden. Pauze inlassen is altijd beter dan doorgaan.

Stro

/jargon#stro

Klassieke bodembedekking in de stal — geel stro van graangewas.

Voordeel: warm, eetbaar bij honger. Nadeel: stoffig (allergieën), vraagt veel werk bij uitmesten. Wordt vervangen door houtkrullen of vlas in moderne stallen. Stofarm stro of een stofbindend strooisel helpt bij paarden met luchtweggevoeligheid.

Zie ookHoutshavings · Vlas

Supplementen

/jargon#supplementen

Extra vitaminen, mineralen, of speciale stoffen aan het rantsoen.

Voorbeelden: elektrolyten (na zware inspanning), gewrichtssupplement (glucosamine), ulcer-protect, biotine (hoefgroei), mash (vocht in de koude maanden). Niet alle supplementen zijn werkzaam — kritisch lezen en bij dierenarts overleggen.

Zie ookKrachtvoer

T

13 termen

Takt

/jargon#takt

De zuivere regelmaat van de gang, met gelijke paslengte en gelijk ritme in stap, draf en galop.

De eerste trede van de africhtingsschaal. Zonder zuivere takt kan geen van de volgende treden werkelijk ontstaan. Een paard met takt beweegt regelmatig en voorspelbaar onder de ruiter.

Zie ookAfrichtingsschaal · Losgelatenheid · Scholing

Talententraject

/jargon#talententraject

Selectiesysteem KNHS voor jeugd-prospects (pony, junior, young rider).

Categorieën: Pony's (14 en jonger op pony 148 cm), Junioren (14-18 op paard), Young Riders (16-21), Children (12-14). Internationale klassen apart. KNHS-talententraining via Bondscoaches, bekende exporteurs van topruiters.

Telgang

/jargon#telgang

Een laterale gang waarbij beide benen aan één kant tegelijk vooruit gaan.

Anders dan de diagonale draf. Komt voor bij rassen als IJslander, Paso Fino, Tennessee Walker. Niet aangeboren bij sport- en koudbloedrassen. Geliefd om de comfortabele zit — geen op-en-neer beweging.

Zie ookTölt · Gangenpaard

Tempi-wisselingen

/jargon#tempi-wisselingen

Reeks vliegende verwisselingen op vaste intervallen.

Eens in vier (tempi-4), drie (tempi-3), twee (tempi-2) of elke galopsprong (eens-tempi). De laatste is een Grand Prix-onderdeel en oogt op video alsof het paard 'huppelt'. Vraagt jaren training en perfecte schenkel- en gewichtshulpen.

Zie ookVliegende verwisseling · Grand Prix

Tetanus

/jargon#tetanus

Levensbedreigende bacteriële infectie via wonden — vaccinatie verplicht.

Paarden zijn extra gevoelig voor tetanus. Vaccinatie is jaarlijks (combivaccin met influenza). Bij elke verwonding ook controleren of de vaccinatie nog actueel is — bij twijfel boostervaccinatie binnen 24 uur.

Teugelhulp

/jargon#teugelhulp

Signaal via de teugels en de mond van het paard.

Vier hoofdsoorten: aannemende (kort trekken), gevende (loslaten), regulerende (vasthouden), en wendende (zijwaarts richten). Goede teugelhulp werkt nooit alleen — altijd in combinatie met schenkel en zit. Te veel met de hand rijden geldt als een fout.

Zie ookSchenkelhulpen · Gewichtshulp

Teugels

/jargon#teugels

De riemen waarmee de ruiter het hoofd van het paard stuurt via het bit.

Soorten: leder (klassiek, glijdt door zweet), rubber-gestreept (extra grip), web (textiel met leren grepen), continu (lange enkele teugel voor mennen). Bij twee bitten (kandare) heb je vier teugels. Lengte gemiddeld 1,5m — langer voor grote paarden.

Zie ookBit

Tölt

/jargon#tolt

Aangeboren viertaktgang van gangenpaarden, vooral de IJslander, zonder het zweefmoment van de draf.

Bij elke pas raakt telkens één hoef de grond en is er altijd minstens één been in contact met de bodem. Doordat het zweefmoment ontbreekt, voelt de tölt comfortabel — als een snelle stap zonder op-en-neer beweging — en is de gang geliefd voor lange buitenritten. Een zuivere tölt vraagt gerichte training. IJslanders die stap, draf, galop en tölt lopen, heten viergangers.

Zie ookGangenpaard · Telgang

Touwhalster

/jargon#touwhalster

Halster die uit dun touw is geknoopt in plaats van uit geweven band.

Het dunnere materiaal geeft drukpunten op specifieke plekken van neus en kaak, waardoor een klein signaal via de lijn sneller voelbaar is voor het paard — daarom populair bij grondwerk. Het vraagt zachte, doelgerichte signalen — aantrekken en meteen weer loslaten — en vergeeft een ruwe hand minder dan een gewone halster.

Zie ookHalster · Bodemwerk / grondwerk · Handwerk · Leadrope / leidtouw

Transportverzekering

/jargon#transportverzekering

Dekking voor het paard zelf tijdens vervoer — apart van de voertuigverzekering.

De WA van auto of vrachtwagen dekt schade aan anderen, niet je eigen lading — en het paard is voor de verzekering precies dat. Raakt het onderweg gewond, dan betaalt geen enkele voertuigpolis; daarvoor bestaat een transportdekking, als module op een paardenverzekering of als losse polis voor incidentele ritten.

Zie ookPaardenverzekering

Travers

/jargon#travers

Zijgangoefening waarbij de hindbenen naar binnen komen, voorbenen blijven op de hoefslag.

Tegengestelde 'kromming' aan schouderbinnen. Vraagt om een paard dat al goed op de schenkel reageert en het lichaam laat plooien. Vanaf klasse M gevraagd.

Zie ookSchouderbinnen / schouderbinnenwaarts · Renvers

TREC

/jargon#trec

Veelzijdigheidsdiscipline uit Frankrijk die de vaardigheden van het buitenrijden toetst.

De naam staat voor Techniques de Randonnée Équestre de Compétition. De sport bestaat uit drie onderdelen: een oriëntatietocht (POR), beheersing van de gangen in een smalle corridor, en een hindernisparcours in het terrein (PTV). Individueel of in teamverband te rijden en op instapniveau toegankelijk voor allround paarden en recreatieruiters.

Zie ookPOR · PTV · Endurance · Buitenrit

Twenter

/jargon#twenter

Een paard van 2 jaar oud.

Belangrijke leeftijd voor KWPN-merrie/hengst keuringen. Vrijspringen (over hindernissen zonder ruiter) wordt soms al getest. Zadelmak maken gebeurt traditioneel pas in het derde jaar — vroeger geeft te veel belasting op groeiende botten.

Zie ookEnter · Zadelmak

V

15 termen

Van hand veranderen

/jargon#van-hand-veranderen

Rijbaanfiguur: de rijrichting wisselen, bijvoorbeeld via de diagonaal of via de lengte of breedte van de bak.

Voorkomt dat het paard eenzijdig wordt getraind. Kan op meerdere manieren: via de diagonaal van hoek naar hoek, of dwars door de baan over de lengte of de breedte.

Zie ookVolte · Slangenlijn / slangenvolte · Letters van de baan

Veiligheidsknoop / paniekknoop

/jargon#veiligheidsknoop-paniekknoop

Knoop om een paard aan te binden die met één ruk aan het losse eind direct is los te trekken, ook onder spanning.

Zo kan een paard dat schrikt snel worden losgemaakt. De knoop wordt altijd aan een stevig en vast punt gebruikt, nooit aan het bit.

Zie ookHalster · Leadrope / leidtouw

Veiligheidsvest

/jargon#veiligheidsvest

Beschermend vest voor borst en rug, verplicht in cross-country.

BETA-keurmerken (3 niveaus). Niveau 3 verplicht in cross-country en jumping cross. Airbag-vesten (Hit Air, Helite) zijn aanvullend — bij val ontkoppelt een touw aan het zadel een gaspatroon dat het vest opblaast.

Verkeerde galop

/jargon#verkeerde-galop

Galoppen op het verkeerde been in een bocht.

In een linkerbocht hoort de linkergalop, in een rechterbocht de rechter. Het tegenovergestelde is in dressuur een fout — behalve als oefening: 'contregalop' is bewust verkeerde galop in een wending, vraagt veel balans en is in M en hoger een gevraagde figuur.

Zie ookGalop

Vertrouwen

/jargon#vertrouwen

De basis van elke werkbare paard-ruiter relatie.

Bouwt op consistentie, voorspelbaarheid en duidelijke signalen. Een paard dat zijn ruiter vertrouwt steekt riviertjes over, gaat langs gevaarlijk uitziende objecten, draagt rustig op wedstrijd. Vertrouwen schaadt makkelijk en kost veel tijd om te herstellen.

Verzameling

/jargon#verzameling

Het paard draagt meer gewicht op de achterhand, met opgerichte voorhand.

Het paard wordt korter, hoger, ronder — als een veer op druk. Verzamelde stap, draf, galop zijn dressuureisen vanaf klasse L. Verzameling vraagt impuls; zonder blijft het slechts 'korter maken' en eindigt in spanning.

Zie ookImpuls

Veterinair / paardenarts

/jargon#veterinair-paardenarts

Dierenarts gespecialiseerd in paarden.

Doet jaarlijkse vaccinaties (tetanus, influenza, rhino), tandverzorging, koliek-bezoeken, sportkeuringen, en aankoopkeuringen. Sluit een paardenverzekering af die ook complexe behandelingen dekt — koliekoperaties lopen snel naar €5.000-€10.000.

Zie ookAankoopkeuring · Koliek

Veulen

/jargon#veulen

Een jong paard tot ongeveer één jaar oud.

Geboorte (vaak 's nachts), staat binnen een uur, drinkt binnen twee uur. Eerste maanden volledig op de merrie aangewezen. Spenen rond 6 maanden. Bij KWPN worden veulens met 4-6 maanden gekeurd en geregistreerd ('veulenkeuring').

Zie ookSpenen

Vlas

/jargon#vlas

Pellets van vlasvezel — uiterst absorberend en stofarm.

Premium-bodembedekking, vooral bij ademhalingsproblemen of bij gevoelige veulens. Begint als pellets, die onder urine opzwellen tot zachte korrels. Duurder, maar minder vaak verschoning nodig.

Zie ookStro · Houtshavings

Vliegende verwisseling

/jargon#vliegende-verwisseling

Wisselen van galop-aanleuning tijdens een galopsprong.

Een gevorderde dressuuroefening: het paard verspringt 'in de lucht' van linker- naar rechter-galop of vice versa. Vereist in M-dressuur en hoger. Reeksen van enkele, dubbele en meervoudige wisselingen onderscheiden hogere klassen — Grand Prix vraagt om reeksen van één wisseling per galopsprong (tempi-wisselingen).

Zie ookTempi-wisselingen · Naspringen

Voltige

/jargon#voltige

Gymnastische oefeningen op een galopperend paard aan de longe.

Eén of meerdere voltigeurs op de paardenrug; basisfiguren zoals 'vlag', 'molen', 'schaar' en handstanden. Gejureerd op uitvoering, moeilijkheid en samenwerking met het paard. Populaire jeugdsport — uitstekend voor balans en koppeling met het paard zonder zelf te hoeven sturen.

Voor de hulpen / achter de hulpen

/jargon#voor-de-hulpen-achter-de-hulpen

Of het paard prompt op de hulpen reageert, of niet.

'Voor de hulpen' betekent: het paard wacht op signaal en reageert direct. 'Achter de hulpen' betekent: traag, lui, doof voor signalen. Een paard achter de hulpen krijgen voor de hulpen vraagt om scherpe, kortdurende correcties — niet om constant dragend ingrijpen.

Voorbenen

/jargon#voorbenen

Beschermers (of bandages) voor de pijp van het voorbeen.

Soms 'voorbeen-bandages' of 'voorbeenbeschermers'. Voorkomen huidwondjes door zelfraak of door takken in het terrein. Bij hete dagen niet langdurig dragen (warmtebult).

Voorwaarts

/jargon#voorwaarts

Het paard reageert prompt op de schenkel en gaat actief in de bewegingsrichting.

De eerste eigenschap van een goed afgericht paard: druk = vooruit. Zonder voorwaarts wordt elke oefening een gevecht in plaats van rijden. 'Voorwaarts denken' is een instelling: bij twijfel altijd actief in de gang blijven in plaats van inhouden.

W

5 termen

Weide / wei

/jargon#weide-wei

Een omheind grasperceel waar paarden grazen en bewegen.

Aanbevolen: minimaal 1 hectare per 2 paarden in NL. Wisselbeweiding met andere paardencombinaties of met andere veesoorten (koeien, schapen) helpt parasietenbeheer. Te veel suikers in vers gras (lente, herfst) verhoogt risico op hoefbevangenheid.

Zie ookPaddock

Western

/jargon#western

Verzamelnaam voor disciplines uit de Amerikaanse cowboytraditie.

Onderdelen: reining, cutting, ranch riding, trail, pleasure. Eigen tuig (western zadel, hackamore, sliding plates), eigen rasvoorkeur (Quarter Horse, Paint, Appaloosa). Een aparte tak binnen de KNHS met eigen klassen.

Zie ookReining · Neck-reining

Weven / kribbenbijten

/jargon#weven-kribbenbijten

Stereotypisch stalgedrag — uitingen van langdurige stress of frustratie.

Weven: ritmisch heen-en-weer schommelen met hoofd of hele lichaam. Kribbenbijten: bijten op stalrand met spierspanning. Beide ontstaan door tekort aan beweging, voer of sociaal contact. Veel weidegang en groepshuisvesting voorkomen of verminderen het — afleren is zelden mogelijk.

Winstpunten

/jargon#winstpunten

Punten die een ruiter-paard-duo verdient met goed presteren op wedstrijden.

Per discipline en klasse heeft de KNHS een puntentabel. Boven een drempel volgt verplichte promotie naar de volgende klasse. Te lang dezelfde klasse rijden met te veel punten is niet meer toegestaan — dat zou een voorsprong geven op nieuwe instromers.

Working equitation

/jargon#working-equitation

Discipline die een dressuurproef combineert met een parcours van praktische hindernissen.

Voortgekomen uit het traditionele werk te paard, vooral op het Iberisch schiereiland. Een wedstrijd bestaat doorgaans uit een dressuurproef, een handigheidsproef met praktijkhindernissen, een snelheidsproef over hetzelfde parcours tegen de klok, en op hogere niveaus veewerk in teamverband. Kenmerkende hindernissen zijn onder meer een brug, een poort die vanuit het zadel wordt geopend, een slalom, een garrocha en een bel. In Nederland en België minder bekend dan dressuur of springen, maar groeiend.

Zie ookGarrocha · Reining · Dressuur

Z

4 termen

Zadel

/jargon#zadel

Het zitvlak voor de ruiter op het paard.

Dressuurzadel (dieper, langere bladen), springzadel (vlakker, kortere bladen), allroundzadel (tussenvorm). Een goed passend zadel is essentieel voor zowel ruiter- als paardencomfort — laat het opmeten door een gediplomeerde zadelmaker. Prijs voor een goed maatzadel: €1.500-€5.000.

Zie ookSjabrak · Singel

Zadelmak

/jargon#zadelmak

Het rustig wennen van een jong paard aan zadel en ruiter.

Doorgaans op 3-jarige leeftijd. Stappen: aanraken, dekje opleggen, zadel met opzittend gewicht, daarna eerste ruiter aan de longe. Goed verlopen zadelmak is rustig, zonder paniek of bokken — een traumatische zadelmak nestelt zich jarenlang in het paardengeheugen.

Zelfhouding

/jargon#zelfhouding

Het paard draagt zichzelf in balans zonder te leunen op de teugel.

Bij een paard in zelfhouding kunnen de teugels even worden overgegeven zonder dat het omvalt of versnelt. Eindstation van basistraining. Op weg ernaartoe gebruikt de ruiter halve halten en gewicht om het paard naar achteren in te schakelen.

Zie ookHalve halt · Op de hand

ZZ-licht / ZZ-zwaar

/jargon#zz-licht-zz-zwaar

Hoogste nationale dressuurklassen onder Grand Prix.

ZZ-licht introduceert piaffe en passage in eenvoudige vorm, ZZ-zwaar is in moeilijkheid vergelijkbaar met Intermédiaire I. Wie hier rijdt, zit in de selectie voor Lichte Tour en internationale starts. In springen bestaan deze klassen niet.

Zie ookLichte Tour · Piaffe · Passage