Gids · Gezondheid4 min leestijdNiveau 2 · Eigen paard overwegen

Hoeveel voer heeft je paard nodig: hooi, krachtvoer en water

Hoeveel hooi, krachtvoer en water een paard per dag nodig heeft, berekend vanuit zijn gewicht en het werk dat het doet.

StalwijsBijgewerkt 2 november 2026Geverifieerd tegen 5 bronnen op 2 september 2026, bronnen verdiept, ruwvoer en water 2 november 2026

Deze gids gaat over hoeveel: de hoeveelheid hooi, krachtvoer en water die een paard per dag nodig heeft, afgeleid van zijn gewicht en het werk dat het doet. Hoe je een rantsoen samenstelt en voert, met verdeling over de dag, hooikwaliteit, supplementen en het voorkomen van koliek, staat in Je paard goed voeren: hooi, krachtvoer en supplementen.

Een paard verteert de hele dag kleine beetjes ruwvoer; de hoeveelheid die het nodig heeft, hangt af van zijn gewicht en het werk dat het doet. Hieronder zie je hoe je vanaf die twee gegevens uitrekent hoeveel ruwvoer en krachtvoer past.

Begin bij het gewicht

Bijna elke voerberekening begint met het lichaamsgewicht. Weinig stallen hebben een weegbrug, dus de meeste eigenaren werken met een schatting:

  • Gewichtsmeetlint: een lint dat je om de borstomvang legt, geeft een ruwe indicatie. Reken op een marge van enkele tientallen kilo's.
  • Omtrek-en-lengteformule: borstomvang en lichaamslengte samen geven een nauwkeuriger schatting dan het lint alleen.
  • Type en bouw: een gemiddeld rijpaard zit grofweg tussen de 500 en 650 kg, een pony fors lager, een koudbloed hoger.

Het exacte getal hoeft niet perfect te zijn. Het dient als startpunt om de dagelijkse hoeveelheid ruwvoer op te baseren, en je stuurt daarna bij op wat je ziet en voelt aan het paard.

Hoeveel hooi per dag

Ruwvoer (hooi of kuilvoer) vormt de basis van het rantsoen. Het CVB (Centraal Veevoederbureau) gaat in zijn tabellenboek voor paarden uit van minimaal 1 kg droge stof aan lang ruwvoer per 100 kg lichaamsgewicht: minimaal 1 procent van het lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag. Krijgt een paard alleen ruwvoer, dan neemt het afhankelijk van de kwaliteit circa 2 procent van zijn lichaamsgewicht aan droge stof op; met krachtvoer erbij is de maximale totale opname circa 2,5 procent. Voor een normaal paard in onderhoud noemt de KNHS 1 tot 1,5 procent aan ruwvoer, en de Merck Veterinary Manual noemt voor een gezond paard 2 tot 2,5 procent droge stof in totaal als startpunt, waarvan minstens de helft uit ruwvoer. De bronnen geven dus een bandbreedte, geen vast getal: zie het als vuistregel en stuur bij op de conditie en het werk van je paard.

Een paar voorbeelden, omgerekend naar hooi:

Lichaamsgewicht Ruwvoer per dag (droge stof, 1 tot 2 procent) Globaal in kilo's hooi
400 kg (pony) 4–8 kg 4,5–9 kg
550 kg (rijpaard) 5,5–11 kg 6–12 kg
650 kg (zwaarder paard) 6,5–13 kg 7–15 kg

Hooi bevat zelf nog een deel vocht, dus de gewogen hoeveelheid ligt iets boven de droge stof; vandaar de hogere getallen in de rechterkolom. Het CVB rekent voor grof grashooi met ruim 88 procent droge stof. Een rijpaard van 550 kg dat uitsluitend hooi eet (circa 2 procent droge stof) komt zo op ruim 12 kg hooi per dag: zo'n 4,5 ton per jaar. Met krachtvoer of weidegang erbij is het minder.

Belangrijker dan de exacte kilo's is dat je het ruwvoer over de dag verdeelt. Waarom dat zo is en hoe je dat aanpakt, staat in Je paard goed voeren.

Wanneer krachtvoer nodig is

Krachtvoer is een aanvulling op ruwvoer, geen vervanging. Het levert extra energie en eiwit voor paarden die echt arbeid leveren. De vraag is niet óf je krachtvoer "moet" geven, maar of het werk van je paard die extra energie vraagt.

Een grove indeling naar arbeid:

Arbeidsniveau Voorbeeld Krachtvoer
Onderhoud Weinig of niet gereden Vaak geen, alleen mineralen
Licht werk Enkele keren per week rustig rijden Weinig tot geen
Matig werk Bijna dagelijks training, lagere klassen Beperkt, op behoefte
Zwaar werk Intensieve training, hogere klassen, veel wedstrijden Meer, in kleine porties

Een recreatiepaard redt het vaak op goed ruwvoer plus een mineralen- en vitaminenaanvulling. Een paard in een stevig wedstrijdprogramma heeft eerder aanvullende energie nodig. Stem de hoeveelheid af op de arbeid, niet andersom: een paard hoort niet harder te moeten werken om zijn voer te verbranden. Pas op rustdagen het krachtvoer naar beneden aan.

Hoe je krachtvoer over de dag verdeelt en samen met ruwvoer geeft, staat in Je paard goed voeren.

Energie afstemmen: aankomen of afvallen

Of het rantsoen klopt, lees je vooral af aan het paard zelf, niet aan de weegschaal van de voerzak. De conditiescore is daarvoor het handigste hulpmiddel: je voelt en kijkt naar de vetbedekking op ribben, rug, schouder en staartbasis. Een vuistregel is dat je de ribben licht moet kunnen voelen, maar niet duidelijk zien.

  • Te mager (ribben zichtbaar, ingevallen): meer energie nodig. Verhoog eerst het ruwvoer en pas daarna eventueel krachtvoer aan; controleer ook gebit en ontworming.
  • Te dik (ribben niet te voelen, vetrollen): minder energie. Schroef suiker- en zetmeelrijk voer terug en zet in op meer beweging in plaats van een streng hongerdieet.

Verander altijd geleidelijk. Waarom dat zo belangrijk is, en hoe je koliek en hoefbevangenheid voorkomt, staat in Je paard goed voeren.

Water en zout

Voeding stopt niet bij hooi en brok. Hoeveel een paard drinkt, loopt sterk uiteen. Volgens de Merck Veterinary Manual is de minimale behoefte van een volwassen paard in rust en bij gematigde temperatuur ongeveer 5 liter per 100 kg lichaamsgewicht per dag: een paard van 500 kg drinkt dan gewoonlijk 21 tot 29 liter bij een rantsoen van hooi en krachtvoer of gras. Krijgt het alleen droog hooi, dan kan dat bijna verdubbelen, en zweetverlies en melkgift verhogen de behoefte met 50 tot 200 procent. Een paard van 500 kg dat een uur in de hitte werkt, kan meer dan 72 liter nodig hebben. Zorg dat schoon water onbeperkt beschikbaar is en houd drinkbakken in de winter vorstvrij. Onvoldoende drinken is op zichzelf een risicofactor voor koliek.

Daarnaast heeft elk paard zout nodig. Een liksteen of toegevoegd keukenzout dekt de basisbehoefte. Paarden die veel zweten, bijvoorbeeld op een warme wedstrijddag, verliezen extra zouten; daar kunnen elektrolyten na de inspanning zinvol zijn.

In het kort

  • Schat het lichaamsgewicht met een meetlint of formule en gebruik dat als startpunt.
  • Reken op minimaal 1 procent van dat gewicht aan ruwvoer per dag (droge stof); eet een paard alleen ruwvoer, dan is dat circa 2 procent.
  • Geef krachtvoer alleen voor zover het werk dat vraagt.
  • Stuur bij op de conditie van het paard, niet op een vast getal: voel naar de ribben.
  • Houd schoon water onbeperkt beschikbaar.

Een hooi- of grasanalyse maakt zichtbaar hoeveel energie en eiwit er werkelijk in je ruwvoer zit; je dierenarts of een voervoorlichter kan daarop een rantsoen afstemmen dat past bij het gewicht, de leeftijd en het werk van jouw paard. Voor het herkennen van buikpijn en andere alarmsignalen, zie Koliek bij paarden.


Bronnen (geverifieerd 2 september 2026, bronnen verdiept, ruwvoer en water 2 november 2026): Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Equine metabool syndroom (EMS) · NRC Nutrient Requirements of Horses (2007) · Wageningen University & Research: CVB Tabellenboek Voeding Paarden en Pony's (2013), par. 9.1 · KNHS: Goede voeding · Merck Veterinary Manual: Feeding Practices in Horses and Other Equids · Merck Veterinary Manual: Nutritional Requirements of Horses and Other Equids

Zie ook: Je paard goed voeren: hooi, krachtvoer en supplementen · Koliek bij paarden

Samengesteld op basis van openbare vakbronnen. Voor een diagnose of dosering is een dierenarts de aangewezen bron.