Gids · Gezondheid5 min leestijdNiveau 2 · Eigen paard overwegenRead in English

Voeding voor paarden: hooi, krachtvoer en hoeveel een paard echt nodig heeft

Hoe je uitrekent hoeveel hooi en krachtvoer je paard per dag nodig heeft, afgestemd op gewicht en het werk dat het doet.

Stalwijs
Bijgewerkt 2 juni 2026

Een paard verteert de hele dag kleine beetjes ruwvoer; de hoeveelheid die het nodig heeft, hangt af van zijn gewicht en het werk dat het doet. Deze gids laat zien hoe je vanaf die twee gegevens een rantsoen opbouwt en wanneer krachtvoer wel of niet zinvol is.

Begin bij het gewicht

Bijna elke voerberekening begint met het lichaamsgewicht. Weinig stallen hebben een weegbrug, dus de meeste eigenaren werken met een schatting:

  • Gewichtsmeetlint — een lint dat je om de borstomvang legt, geeft een ruwe indicatie. Reken op een marge van enkele tientallen kilo's.
  • Omtrek-en-lengteformule — borstomvang en lichaamslengte samen geven een nauwkeuriger schatting dan het lint alleen.
  • Type en bouw — een gemiddeld rijpaard zit grofweg tussen de 500 en 650 kg, een pony fors lager, een koudbloed hoger.

Het exacte getal hoeft niet perfect te zijn. Het dient als startpunt om de dagelijkse hoeveelheid ruwvoer op te baseren, en je stuurt daarna bij op wat je ziet en voelt aan het paard.

Hoeveel hooi per dag

Ruwvoer — hooi of kuilvoer — vormt de basis van het rantsoen. Een breed gehanteerde vuistregel is 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag, gerekend op droge stof. Voor een paard in onderhoud (weinig werk) ligt het richting de onderkant; een paard dat aankomt of veel beweegt, zit hoger.

Een paar voorbeelden, omgerekend naar hooi:

Lichaamsgewicht Ruwvoer per dag (droge stof) Globaal in kilo's hooi
400 kg (pony) 6–8 kg 7–9 kg
550 kg (rijpaard) 8–11 kg 9–12 kg
650 kg (zwaarder paard) 10–13 kg 11–14 kg

Hooi bevat zelf nog een deel vocht, dus de gewogen hoeveelheid ligt iets boven de droge stof; vandaar de hogere getallen in de rechterkolom. Over een jaar komt een rijpaard zo al snel op vijf tot acht ton hooi.

Belangrijker dan de exacte kilo's is de spreiding over de dag. De maag maakt continu maagzuur aan, ook bij een lege maag, wat de kans op maagzweren en onrustig gedrag vergroot. Verdeel het ruwvoer daarom over zoveel mogelijk momenten, of geef het onbeperkt (ad libitum). Een hooinet met kleine mazen rekt de eettijd zonder dat de hoeveelheid stijgt.

Wanneer krachtvoer nodig is

Krachtvoer is een aanvulling op ruwvoer, geen vervanging. Het levert extra energie en eiwit voor paarden die echt arbeid leveren. De vraag is niet óf je krachtvoer "moet" geven, maar of het werk van je paard die extra energie vraagt.

Een grove indeling naar arbeid:

Arbeidsniveau Voorbeeld Krachtvoer
Onderhoud Weinig of niet gereden Vaak geen, alleen mineralen
Licht werk Enkele keren per week rustig rijden Weinig tot geen
Matig werk Bijna dagelijks training, lagere klassen Beperkt, op behoefte
Zwaar werk Intensieve training, hogere klassen, veel wedstrijden Meer, in kleine porties

Een recreatiepaard redt het vaak op goed ruwvoer plus een mineralen- en vitaminenaanvulling. Een paard in een stevig wedstrijdprogramma heeft eerder aanvullende energie nodig. Stem de hoeveelheid af op de arbeid, niet andersom: een paard hoort niet harder te moeten werken om zijn voer te verbranden. Pas op rustdagen het krachtvoer naar beneden aan.

Twee praktische punten bij krachtvoer:

  1. Houd porties klein. De maag is relatief klein. Verdeel krachtvoer over meerdere giften per dag in plaats van één grote schep — vaak hanteert men ruwweg niet meer dan rond de twee kilo per keer voor een gemiddeld rijpaard.
  2. Geef eerst of tegelijk ruwvoer. Dan wordt het krachtvoer langzamer opgenomen en belast het de darm minder.

Energie afstemmen: aankomen of afvallen

Of het rantsoen klopt, lees je vooral af aan het paard zelf, niet aan de weegschaal van de voerzak. De conditiescore is daarvoor het handigste hulpmiddel: je voelt en kijkt naar de vetbedekking op ribben, rug, schouder en staartbasis. Een vuistregel is dat je de ribben licht moet kunnen voelen, maar niet duidelijk zien.

  • Te mager (ribben zichtbaar, ingevallen): meer energie nodig. Verhoog eerst het ruwvoer en pas daarna eventueel krachtvoer aan; controleer ook gebit en ontworming.
  • Te dik (ribben niet te voelen, vetrollen): minder energie. Schroef suiker- en zetmeelrijk voer terug en zet in op meer beweging in plaats van een streng hongerdieet.

Verander altijd geleidelijk, over een week tot tien dagen. Plotselinge wisselingen in voer of de overstap naar voorjaarsgras verstoren de darmflora en vergroten het risico op koliek (buikpijn bij het paard — altijd dierenarts bellen). Te veel suiker en zetmeel uit jong gras of ruime krachtvoerporties verhoogt bij gevoelige paarden en pony's bovendien de kans op hoefbevangenheid en stofwisselingsproblemen.

Water en zout

Voeding stopt niet bij hooi en brok. Een paard drinkt grofweg 30 tot 60 liter water per dag, meer bij warmte, zwaar werk of veel droog hooi. Zorg dat schoon water onbeperkt beschikbaar is en houd drinkbakken in de winter vorstvrij — onvoldoende drinken is op zichzelf een risicofactor voor koliek.

Daarnaast heeft elk paard zout nodig. Een liksteen of toegevoegd keukenzout dekt de basisbehoefte. Paarden die veel zweten, bijvoorbeeld op een warme wedstrijddag, verliezen extra zouten; daar kunnen elektrolyten na de inspanning zinvol zijn.

In het kort

  • Schat het lichaamsgewicht met een meetlint of formule en gebruik dat als startpunt.
  • Reken op grofweg 1,5 tot 2 procent van dat gewicht aan ruwvoer per dag, verdeeld over zoveel mogelijk momenten.
  • Geef krachtvoer alleen voor zover het werk dat vraagt, in kleine porties en met ruwvoer erbij.
  • Stuur bij op de conditie van het paard, niet op een vast getal — voel naar de ribben.
  • Verander voer altijd geleidelijk en houd schoon water onbeperkt beschikbaar.

Een hooi- of grasanalyse maakt zichtbaar hoeveel energie en eiwit er werkelijk in je ruwvoer zit; je dierenarts of een voervoorlichter kan daarop een rantsoen afstemmen dat past bij het gewicht, de leeftijd en het werk van jouw paard. Voor het herkennen van buikpijn en andere alarmsignalen, zie Koliek en noodgevallen herkennen.

Samengesteld op basis van openbare vakbronnen. Voor diagnose, dosering of juridisch advies is een professional de aangewezen bron.