Gids · Gezondheid6 min leestijdNiveau 2 · Eigen paard overwegenRead in English

Te dik of te mager: het gewicht van je paard inschatten en bijsturen

Hoe je met de body condition score en een meetband beoordeelt of je paard te dik of te mager is, en hoe je het gewicht rustig bijstuurt.

Stalwijs
Bijgewerkt 2 juni 2026

De weegschaal staat zelden in de stal, dus de meeste eigenaren schatten het gewicht van hun paard op het oog. Dat gaat vaak mis: een paard waar je elke dag naar kijkt, verandert geleidelijk, en je oog went aan een paar kilo erbij of eraf. Dit overzicht laat zien hoe je conditie systematisch beoordeelt en het gewicht rustig bijstuurt.

Waarom op het oog onbetrouwbaar is

Paarden in Nederland zijn vaker te dik dan te mager. Goede weidegrond, ruim hooi en weinig zwaar werk maken overgewicht een veel voorkomend probleem, terwijl het langzaam gaat en daardoor lang onopgemerkt blijft. Te veel gewicht belast pezen en gewrichten en verhoogt het risico op stofwisselingsproblemen en hoefbevangenheid; te weinig gewicht wijst vaak op te weinig voer, een gebitsprobleem, wormen of een onderliggende aandoening.

Het probleem met schatten op het oog is dat een wintervacht, een dik weidebuikje of juist een gespierde hals het beeld vertekenen. Daarom werken dierenartsen en voedingsadviseurs met twee hulpmiddelen die wel houvast geven: de body condition score en een meetband.

De body condition score

De body condition score (BCS) beoordeelt hoeveel vet een paard op vaste plekken draagt. De bekendste schaal loopt van 1 (vergevorderd vermagerd) tot 9 (zwaar vervet); sommige dierenartsen gebruiken een schaal van 0 tot 5. Het principe is hetzelfde: je kijkt en voelt op een aantal punten en geeft per punt een score.

Je beoordeelt vooral deze zones:

  • Ribben — bij een gezond gewicht zie je de ribben niet duidelijk, maar voel je ze wel makkelijk onder een dun laagje vet.
  • Hals en schoft — een vetkam (een harde, dikke bovenrand van de hals) wijst op overgewicht; een scherp uitstekende schoft op ondergewicht.
  • Rug en lendenen — een rug met een vetgeul in het midden is te zwaar, een rug waar de wervels uitsteken te mager.
  • Schouder en aanzet van de staart — vetophopingen achter de schouder en rond de staartaanzet horen bij een te hoge score.
BCS (1-9) Toestand Wat je voelt
1-3 Te mager Ribben, wervels en heupen duidelijk zichtbaar
4-6 Gezond Ribben niet zichtbaar maar wel voelbaar; gladde lijn
7-9 Te zwaar Vetkam, vetgeul in de rug, ribben moeilijk te voelen

Voor de meeste sport- en recreatiepaarden ligt een gezonde score rond het midden van de schaal (ongeveer 5 op de 9). Wat ideaal is, verschilt per paard, ras en gebruik: een fokmerrie, een hard werkend wedstrijdpaard en een oudere pony hebben niet dezelfde streefscore. Laat de eerste beoordeling gerust een keer samen met je dierenarts of een voedingsadviseur doen, zodat je leert wat je voelt.

Meten met een meetband en gewichtsformule

Een meetband (gewichtsband) geeft een schatting van het lichaamsgewicht op basis van de borstomvang. Je legt de band om de borst, vlak achter de schoft en de voorbenen, en leest het geschatte gewicht af. Het is een schatting, geen exacte meting, maar voor het volgen van een trend is dat genoeg.

Nauwkeuriger is een formule die de borstomvang combineert met de lichaamslengte (van de punt van de schouder tot de punt van de bil). Zulke formules en rekentools staan op websites van voerleveranciers en in voorlichting van dierenartsen. De absolute kilo's doen er minder toe dan de richting: meet elke twee tot vier weken op dezelfde manier en noteer het. Een dalende of stijgende lijn vertelt je meer dan één losse meting.

Combineer beide methodes: de meetband geeft een getal om te volgen, de body condition score vertelt waar het vet zit. Een gespierd paard kan zwaar zijn zonder te dik te zijn, en dat zie je alleen aan de BCS.

Een te dik paard laten afvallen

Afvallen gaat bij een paard net als de aankomst: langzaam. Streef niet naar snel resultaat, want een te strenge aanpak brengt eigen risico's mee (zoals hyperlipemie, vooral bij pony's en ezels). Stel een afslankplan voor deze dieren daarom altijd samen met je dierenarts op. Werk in kleine stappen en blijf het gewicht volgen.

Wat doorgaans helpt:

  • Minder of geen krachtvoer. Veel paarden met overgewicht krijgen krachtvoer dat ze door hun lichte werk niet nodig hebben. Vaak is alleen ruwvoer met een vitamine- en mineralenaanvulling genoeg.
  • Ruwvoer afwegen, niet onbeperkt geven. Een veelgebruikte richtlijn is grofweg 1,5 tot 2% van het lichaamsgewicht aan ruwvoer per dag; bij afvallen rekent men vaak met het lagere deel daarvan. Verdeel het over de dag en laat de maag niet lang leeg.
  • Grasopname sturen. Voorjaarsgras is rijk aan suikers. Een graasmasker, kleinere weide of beperkte weidetijd helpt zonder dat het paard de hele dag stilstaat.
  • Meer beweging. Stapwerk, longeren (paard aan een lijn in rondjes laten bewegen) of extra ritten verbranden energie en houden de conditie op peil. Bouw belasting rustig op bij een paard dat veel te zwaar is, om pezen en gewrichten te ontzien.

Verander voer altijd geleidelijk over een week of meer, zodat de spijsvertering kan wennen.

Een te mager paard laten aankomen

Bij een te mager paard is de eerste vraag niet "hoe voer ik meer", maar "waarom is het te mager". Meer voer geven zonder de oorzaak te kennen, lost zelden iets op.

Veelvoorkomende oorzaken om uit te sluiten:

  • Gebit — scherpe haken of kiesproblemen maken kauwen pijnlijk; een paard laat dan voer staan of laat het uit de mond vallen. Een jaarlijkse gebitscontrole hoort bij de basiszorg.
  • Wormen — een te hoge wormbelasting onttrekt voedingsstoffen. Overleg met de dierenarts over mestonderzoek en gericht ontwormen.
  • Te weinig of te arm voer — soms is het rantsoen simpelweg te krap voor het werk dat het paard doet, of is het hooi van lage kwaliteit.
  • Onderliggende aandoening — maagzweren, een infectie, pijn of een chronische ziekte kunnen gewichtsverlies veroorzaken.

Pas als die oorzaken in beeld zijn, ga je het rantsoen aanpassen: meer en beter ruwvoer als basis, eventueel aangevuld met krachtvoer of vetrijke producten op advies van de dierenarts of voedingsadviseur. Ook hier geldt: rustig opbouwen en het gewicht volgen.

Wanneer de dierenarts erbij hoort

Een paar kilo bijsturen met voer en beweging kun je zelf, maar sommige signalen horen bij de dierenarts. Bel of overleg bij:

  • gewichtsverlies dat doorzet ondanks meer en goed voer;
  • snel of fors gewichtsverlies, of een paard dat plotseling slecht eet;
  • een vetkam of overgewicht in combinatie met klachten die op hoefbevangenheid kunnen wijzen (gevoelige hoeven, kort lopen, warmte in de hoef);
  • twijfel over een onderliggende oorzaak, of een paard dat niet reageert op je aanpassingen.

Stel diagnoses en een voedingsplan bij twijfel altijd op met een professional. Bij acute klachten zoals plotseling niet eten, kreupelheid of tekenen van koliek (buikpijn bij het paard — altijd dierenarts bellen) is de dierenarts het eerste aanspreekpunt, niet een aanpassing van het rantsoen.

In het kort

Beoordeel conditie niet op je oog alleen. Loop maandelijks de body condition score na — voel aan ribben, hals, rug en staartaanzet — en houd met een meetband de trend bij. Stuur het gewicht in kleine stappen bij: bij te zwaar vooral via minder krachtvoer, gestuurde grasopname en meer beweging; bij te mager eerst de oorzaak uitsluiten (gebit, wormen, ziekte) voor je meer gaat voeren. Verander voer geleidelijk, en schakel de dierenarts in zodra het gewicht zich niet laat sturen of er klachten bij komen.


Zie ook: Dagelijkse verzorging van je paard · Koliek en noodgevallen herkennen · Jargon: krachtvoer · Niveau: eigen paard

Samengesteld op basis van openbare vakbronnen. Voor diagnose, dosering of juridisch advies is een professional de aangewezen bron.