De eerste keer dat je zelf een paard mag klaarmaken voelt vaak spannend: veel borstels, een zwaar zadel en een dier dat een stuk groter is dan jij. Met een vaste volgorde wordt het snel routine. Hieronder loop je stap voor stap door het poetsen en opzadelen heen.
Eerst vastzetten en kennismaken
Voor je iets doet, zet je het paard veilig vast. Op de meeste stallen gebeurt dat met een halster en touw aan een panieksluiting — een knoop of haak die meegeeft als het paard schrikt en achteruit trekt. Bind nooit vast aan iets dat niet loslaat, en doe het touw nooit om je eigen hand of pols.
Begin rustig. Loop naar de schouder toe, niet recht van voren of pal van achteren, en laat het paard je hand ruiken. Praat zachtjes, zodat het dier weet waar je bent. Een paard dat schrikt van een onverwachte aanraking reageert sterker dan je verwacht, dus blijf met één hand contact houden terwijl je naar achteren loopt.
Poetsen in de juiste volgorde
Poetsen doet meer dan het paard schoon maken. Je controleert tegelijk de huid op wondjes, dikke plekken of warmte, en je haalt zand en gruis weg dat onder het zadel of de singel anders gaat schuren. Een vaste volgorde van grof naar fijn werkt het prettigst:
| Stap | Borstel | Wat je doet |
|---|---|---|
| 1 | Rubberen roskam | In ronddraaiende bewegingen losmaken van modder en dood haar, op de gespierde delen (hals, romp, billen). Niet op de benen of het hoofd. |
| 2 | Harde borstel | Het losgemaakte vuil wegvegen met korte streken in de haarrichting. |
| 3 | Zachte borstel | De fijne afwerking, ook voorzichtig op het hoofd en de benen. |
| 4 | Kam of vingers | Manen en staart ontwarren, van onderaf werkend zodat je niet veel haar uittrekt. |
| 5 | Hoeven | Uitkrabben met de hoevenkrabber (zie hieronder). |
Sla de plekken waar straks het zadel en de singel komen niet over: juist daar moet het schoon en glad zijn.
Hoeven uitkrabben
Het uitkrabben van de hoeven hoort er elke keer bij — er gaat snel een steentje of opgepakte mest in zitten. Sta naast het been, met je gezicht naar de staart. Strijk met je hand langs het been naar beneden en knijp zachtjes in de pees achter het scheenbeen; de meeste paarden tillen dan vanzelf de voet op.
Krab met de hoevenkrabber van de hiel naar de teen, weg van je eigen lichaam, en maak vooral de groeven naast de straal (het zachte, driehoekige deel in het midden) schoon. Let op nattigheid met een vieze geur of warmte: dat kan op een ontsteking of hoefbevangenheid wijzen en is iets om bij de hoefsmid (specialist die de hoeven van het paard bijwerkt) of dierenarts te melden.
Het zadel opleggen
Nu het paard schoon is, leg je eerst het zadel op, daarna pas het hoofdstel. Werk rustig en vanaf de linkerkant — dat is de kant waar paarden het meest aan gewend zijn.
- Controleer of het zadeldek glad ligt en niet gevouwen is. Een plooi onder het zadel schuurt.
- Til het zadel op en leg het iets te ver naar voren op de schoft, dan schuif je het terug in de haarrichting tot het op zijn plek ligt. Zo gaan de haren de goede kant op.
- Het zadel hoort vrij van de schoft te liggen en niet op de schouders te drukken.
- Laat de singel (de buikriem die het zadel vasthoudt) aan de rechterkant zakken, loop om, en haal hem onder de buik door naar de linkerkant.
Twijfel je of het zadel past bij dit paard? Een slecht passend zadel veroorzaakt pijn en weerstand. Daar gaat de aparte gids een zadel dat past dieper op in.
De singel aanhalen — in stappen, niet in één keer
De singel haal je nooit in één ruk strak aan. Veel paarden spannen hun buik aan of vinden het simpelweg onprettig. Doe het in twee of drie keer:
- Eerste keer: net stevig genoeg dat het zadel niet kan draaien als je het optilt.
- Even later, na een rondje stappen of bij het buitenkomen: een gaatje strakker.
- Vlak voor het opstijgen: de laatste controle.
Een veelgebruikte vuistregel: tussen de singel en de buik passen nog net je vlakke vingers, niet je hele hand. Te los en het zadel draait wanneer je opstijgt; te strak en het paard loopt klem. Een paard dat bij het aanhalen zijn oren plat legt of naar je hapt, vertelt iets — laat dat zien aan je instructeur in plaats van door te zetten.
Het hoofdstel omdoen
Het hoofdstel doe je als laatste om, vlak voordat je gaat rijden. Globaal verloopt het zo:
- Doe het touw los maar leg het halster losjes om de hals, zodat je het paard nog onder controle hebt.
- Sta links, naast het hoofd. Houd het hoofdstel met je rechterhand bij de kopstukken vast en leg je rechterarm zacht over de neus.
- Geleid het bit met je linkerhand tegen de lippen. Druk je duim zachtjes in de hoek van de mond, waar geen tanden zitten; de meeste paarden openen dan de mond.
- Til het hoofdstel omhoog en breng de oren er één voor één voorzichtig doorheen — niet vouwen of trekken.
- Leg de manen onder de riemen vandaan, sluit de keelriem (er kan een vuist tussen) en de neusriem (er passen een paar vingers tussen).
Het bit hoort comfortabel in de mond te liggen, niet de mondhoeken optrekken en niet tegen de tanden tikken. De juiste hoogte en breedte verschillen per paard; vraag je instructeur dit de eerste keren samen te controleren.
Snel naslagoverzicht
- Veiligheid eerst: panieksluiting, nooit het touw om je hand, benader via de schouder.
- Volgorde: vastzetten → poetsen (grof naar fijn) → hoeven → zadel → singel → hoofdstel.
- Singel in stappen aanhalen, met een laatste controle voor het opstijgen.
- Laat afwijkingen zien: warme hoef, plat gelegde oren of een zadel dat lijkt te knellen meld je bij je instructeur, hoefsmid of dierenarts.
De woorden die je hierboven tegenkomt — singel, bit, zadeldek, straal — vind je terug in het jargonoverzicht. En zit je nog helemaal aan het begin, dan zet paardrijden voor beginners de eerste lessen op een rij. Vraag op je eigen stal de eerste keren iemand om mee te kijken; na een paar beurten doe je dit op de automatische piloot.
Zie ook: Paardrijden voor beginners · Veiligheidsuitrusting: cap en bodyprotector · Niveau: start