Gids · Gezondheid5 min leestijdNiveau 2 · Eigen paard overwegenRead in English

Het oudere paard verzorgen: Cushing, gewicht en aangepast onderhoud

Wat verandert er als je paard ouder wordt — van vacht- en gewichtsklachten tot Cushing (PPID), gebit en een aangepast verzorgingsschema.

Stalwijs
Bijgewerkt 2 juni 2026

Paarden worden ouder dan veel mensen denken: 25 tot 30 jaar is geen uitzondering, en een gezond paard kan na zijn twintigste nog jaren prettig leven. Vanaf grofweg vijftien jaar verandert er wel iets, en het onderhoud verschuift van "houden zoals het gaat" naar opletten en aanpassen.

Wanneer is een paard "oud"

Er is geen harde grens. Veel paarden zijn op hun vijftiende nog volop in training, terwijl een ander op die leeftijd al duidelijk rustiger wordt. Ruwweg spreken dierenartsen van een senior vanaf 15 tot 18 jaar, en van een echt oud paard vanaf de twintig. Pony's worden vaak ouder dan grote paarden.

Veroudering is een proces, geen ziekte. Wat je doorgaans als eerste merkt:

  • de vacht ruit later of onvolledig en wordt langer of doffer
  • het paard valt makkelijker af, of juist makkelijker aan
  • de spierbedekking over de rug en bil neemt af
  • herstel na inspanning duurt langer
  • het gebit slijt, met als gevolg moeite met kauwen

Geen van deze signalen vraagt op zichzelf om paniek. Samen vormen ze wel een reden om de routine kritisch te bekijken en de dierenarts mee te laten kijken bij de jaarlijkse controle.

Cushing (PPID): het meest voorkomende ouderdomsprobleem

De aandoening die bij oudere paarden het vaakst speelt, is PPID — Pituitary Pars Intermedia Dysfunction, in de volksmond Cushing. Het is een hormonale aandoening waarbij de hypofyse ontregeld raakt. Het komt vooral voor bij paarden boven de vijftien en is niet te genezen, wel goed te beheren.

Signalen die richting PPID wijzen:

  • een lange, krullende vacht die niet of slecht ruit (het bekendste kenmerk)
  • abnormaal veel drinken en plassen
  • spierverlies, vooral over de rug, met soms een hangbuik
  • vetkussens op rare plekken, bijvoorbeeld boven de ogen
  • terugkerende infecties of slecht herstellende wondjes
  • in ernstiger gevallen hoefbevangenheid (laminitis)

Die laatste, hoefbevangenheid, is een acute en pijnlijke aandoening en geldt als spoed: bel dan dezelfde dag de dierenarts. De combinatie van PPID en hoefbevangenheid komt vaak samen voor.

PPID stel je niet zelf vast. De diagnose loopt via een bloedtest bij de dierenarts. Behandeling gebeurt doorgaans met dagelijkse medicatie die het paard meestal levenslang krijgt; dosering en middel bepaalt de dierenarts en stel je nooit zelf in. Veel paarden leven met de juiste begeleiding nog jaren comfortabel door. Voor de actuele aanpak is de dierenarts de bron, niet een verhaal van stal.

Gewicht: te mager én te dik zijn allebei een risico

Bij oudere paarden gaat het gewicht twee kanten op, en beide vragen aandacht.

Te mager ontstaat vaak doordat het gebit slijt en het paard zijn voer niet meer goed kan vermalen, of doordat een aandoening als PPID energie kost. Je ziet de ribben, de ruglijn wordt scherp en de bil valt in.

Te dik is minstens zo riskant. Overgewicht verhoogt de kans op hoefbevangenheid en op stofwisselingsproblemen. Een dik paard is geen gezond paard.

Een handige maat is de Body Condition Score (BCS), een schaal van 1 (vel over been) tot 9 (zwaar overgewicht). Voor de meeste paarden is een 5 het streven. Leer met je handen voelen langs ribben, hals en staartbasis in plaats van alleen op het oog te oordelen — een wintervacht verbergt veel. Weeg of meet met regelmaat zodat je een trend ziet voordat het zichtbaar wordt.

Voer aanpassen aan slijtend gebit

Het gebit is bij veel oude paarden de bottleneck. Kiezen slijten, raken los of vallen uit, en lange vezels worden dan moeilijk te kauwen.

Probleem Aanpassing (in overleg)
Moeite met hooi kauwen Kort gesneden of geweekt ruwvoer, hooivervangers
Gewichtsverlies ondanks eten Energierijker en goed verteerbaar seniorvoer
Lange vezels onverteerd in mest Geweekte brokken in plaats van droge
Slecht gebit, voer valt uit de mond Papvoer, vaker kleine porties

Speciale seniorvoeders zijn afgestemd op oudere paarden: makkelijker verteerbaar en vaak verrijkt. Laat het gebit minimaal jaarlijks door een dierenarts of paardentandarts controleren — een scherpe haak of losse kies wordt anders pas opgemerkt als het paard al afvalt. Voer altijd in overleg afbouwen of overzetten, en doe veranderingen geleidelijk.

Beweging, beenwerk en comfort

Een oud paard heeft beweging nodig, ook als het niet meer onder het zadel komt. Stilstaan verergert stijfheid en artrose, terwijl rustige, regelmatige beweging gewrichten soepel houdt.

Praktische aandachtspunten:

  • ruime weidegang (tijd buiten in de wei) of een paddock is beter dan lange uren in een box
  • bouw werk en herstel rustiger op; een oud paard heeft langer nodig om warm te worden en af te koelen
  • let op artroseklachten: stijf opstarten, korter worden in de stap, moeite met opdraaien
  • bescherm tegen extreme kou en hitte — een paard met PPID dat slecht ruit, kan in de zomer oververhit raken en heeft soms een scheerbeurt nodig
  • houd hoeven kort en in balans; de hoefsmid (specialist die de hoeven van het paard bijwerkt) of bekapper blijft elke 6 tot 8 weken nodig

Of een ouder paard nog mee kan op wedstrijd hangt niet van leeftijd maar van gezondheid en welzijn. Sommige paarden lopen tot ver in de twintig fit een proef (een vaste oefening die je rijdt voor de jury) of een parcours (de hindernisbaan die je springt); andere zijn beter af met pensioen op de wei. Laat die keuze samen met de dierenarts afhangen van wat het paard aankan, niet van wat jij nog wilt.

Kort samengevat

  • Vanaf grofweg vijftien jaar: kijk je routine kritisch na en betrek de dierenarts bij de jaarcontrole.
  • Lange, niet-ruiende vacht plus veel drinken/plassen en spierverlies: laat op PPID (Cushing) testen.
  • Houd het gewicht in de gaten met de Body Condition Score — te mager én te dik zijn allebei risico's.
  • Laat het gebit minstens jaarlijks controleren en pas het voer geleidelijk aan op wat het paard kan kauwen.
  • Houd het paard in beweging en let op stijfheid en artrose.

Bij twijfel, en zeker bij acute klachten als hoefbevangenheid, kolieksignalen of plotseling sterk afvallen, geldt: de dierenarts is de eerste stap. Voor diagnose, medicatie en een voeradvies op maat is professioneel advies leidend.


Zie ook: Jargon van A tot Z · Niveau: eigen paard

Samengesteld op basis van openbare vakbronnen. Voor diagnose, dosering of juridisch advies is een professional de aangewezen bron.