Je hebt een startpas en wilt je eerste wedstrijd rijden, maar in welke klasse schrijf je je in? Bij de KNHS lopen de klassen op in moeilijkheid, en waar je instapt hangt vooral af van je discipline en wat jij en je paard al kunnen.
Hoe het klassesysteem werkt
De KNHS deelt dressuur in op klassen die oplopen in moeilijkheid: B – L – M – Z – ZZ-Licht – ZZ-Zwaar, met daarboven de subtop (Lichte Tour en Zware Tour, waaronder de Grand Prix). B is de basis, elke volgende letter vraagt meer scholing. Springen kent sinds 1 april 2022 geen letterklassen meer: daar heet de klasse naar de hoogte van het parcours, van 0,30 m tot 1,45 m.
Je klimt niet automatisch op. Je gaat naar een hogere klasse zodra je genoeg winstpunten hebt: punten die je bij elke wedstrijd kunt verdienen. Punten staan op de combinatie ruiter-paard, niet op jou alleen. Begin je later met een ander paard, dan start die nieuwe combinatie weer onderaan. Zie ook de term Klasse in het jargon.
Belangrijk: een dressuurklasse en een springhoogte zeggen niets over elkaar. Wie in de dressuur L rijdt, begint in het springen gewoon op de hoogte die bij de combinatie past.
Springen: begin op een lage hoogteklasse
Bij springen is de instap eenduidig: je kiest de hoogteklasse die je thuis al schoon springt, en voor de meeste combinaties is dat een van de laagste rubrieken. De KNHS werkt sinds 2022 niet meer met de letters B, L en M maar met de hoogte als klassenaam; de instap ligt voor pony's en paarden al bij 0,30 m.
| Klasse | Hoogte (indicatief) | Voor wie |
|---|---|---|
| 0,30–0,80 m | lage instaphoogtes | eerste wedstrijden, recreatie |
| 0,90–1,10 m | rond de meter | eerste echte wedstrijdcarrière |
| 1,15–1,25 m | ruim boven de meter | serieuze scholing |
Een instapparcours is overzichtelijk: een rustige route met hindernissen rond de 60–80 cm. Kun je thuis een schoon rondje van die hoogte springen, met controle over tempo en lijn, dan ben je er klaar voor. De stap naar de meter volgt zodra je op je huidige hoogte genoeg winstpunten hebt; promoveren is in het springen niet verplicht.
Voor springen is de keuze dus zelden een dilemma: je begint laag en bouwt per hoogteklasse op. Exacte hoogtes en het reglement per rubriek staan op knhs.nl.
Dressuur: B of L?
Bij dressuur is er wél een keuze, en hier komt de vraag "B of L?" vandaan.
- Klasse B is één basisproef in stap, draf en arbeidsgalop (normaal galoptempo), met eenvoudige wendingen, overgangen en een halt. Dit is het instapniveau voor wie net begint met wedstrijden.
- Klasse L (L1 en L2) vraagt de eerste verzamelde gangen, uitgestrekte draf en meer precisie in de figuren. Veel combinaties beginnen hier hun eigenlijke wedstrijdcarrière.
De meeste ruiters die voor het eerst een dressuurproef rijden, kiezen klasse B. Je leert het verloop van een proef kennen, het rijden op de letters van de baan en het werken onder jurybeoordeling, zonder dat de techniek al zwaar is.
Je kunt direct in L starten als je paard de verzamelde gangen en uitgestrekte draf al beheerst en je instructeur dat bevestigt. Maar dat is de uitzondering, niet de regel: begin liever een klasse te laag dan te hoog.
Wat een proef of parcours daadwerkelijk vraagt
Een korte vergelijking van de instapklassen helpt om realistisch te kiezen:
| Dressuur B | Dressuur L | Springen instapklasse | |
|---|---|---|---|
| Gangen | stap, draf, arbeidsgalop | + verzameld en uitgestrekt | n.v.t. |
| Kerneis | nette overgangen, rechte lijnen | aanleuning en verzameling | controle over tempo en lijn |
| Hindernishoogte | — | — | 0,30–0,80 m |
| Beoordeling | cijfers per onderdeel, eindscore in procenten | idem, strenger | foutpunten + tijd |
In dressuur is een eindscore boven de 60 procent een nette eerste wedstrijd; boven de 65 procent ben je goed op weg. In springen telt simpelweg: foutloos en binnen de tijd.
Hoe je kiest
Een paar vuistregels:
- Springen → begin op een lage hoogteklasse. Geen keuze nodig.
- Dressuur → begin in B, tenzij je instructeur zegt dat je paard de L-oefeningen vlot en ontspannen loopt.
- Twijfel je → kies de lagere klasse. Een sterke proef in B geeft winstpunten en zelfvertrouwen; een moeizame proef in L levert vooral een lage score en frustratie op.
- Vraag je instructeur. Die kent jouw rijden en je paard en weet wat de jury op een lokale wedstrijd verwacht.
Onthoud dat de klasse waarin je start geen eindbestemming is. Met winstpunten promoveer je vanzelf, en als je in B of L begint, loop je niets mis: je bouwt punten op en gaat vanzelf omhoog. Te hoog instappen kan je hele wedstrijdplezier in de weg zitten.
Kort samengevat
- Springen: begin op een lage hoogteklasse (grofweg 0,60–0,80 m); letterklassen bestaan in het springen sinds 2022 niet meer.
- Dressuur: de meesten beginnen in klasse B; ga alleen direct naar L als je paard de verzamelde gangen al beheerst.
- Promoveren gaat op winstpunten, automatisch: je hoeft je niet zelf "op te werken".
- Bij twijfel: een klasse lager. Vraag je instructeur en check de actuele klasse-eisen op knhs.nl.
In België is de indeling anders (geen B-tot-ZZ-ladder maar niveaus met een handicapsysteem): zie klassen en niveaus in Vlaanderen.
Bronnen (geverifieerd 7 september 2026): KNHS — Verslag springforum: nieuwe klassenindeling springen (2021) · KNHS — Disciplinereglement Dressuur 2026 · KNHS — Winstpunten in het springen
Zie ook: Jargon voor wedstrijdruiters · KNHS-startpas aanvragen