Elke dressuurbak heeft letters langs de wand, en elke rijles bouwt op een klein aantal vaste figuren. Beide zie je terug zodra je begint met je eerste dressuurproef, maar ze zijn ook los daarvan handig om te kennen — de instructeur gebruikt ze vanaf je eerste les.
De twee standaardmaten
Een dressuurbak komt in twee vaste maten voor: de kleine baan van 20 bij 40 meter en de grote baan van 20 bij 60 meter. Beide hebben hetzelfde basisprincipe — letters langs de lange zijden en op de denkbeeldige middenlijn — maar de grote baan heeft er meer, omdat er simpelweg meer ruimte tussen de hoeken zit.
De letters op de 20×40 baan
Op de kleine baan liggen acht letters langs de wand. De ingang, op de korte zijde, is A. De tegenoverliggende korte zijde is C. Daartussen liggen op elke lange zijde drie letters: van A naar C lopen K, E, H, en van C terug naar A lopen M, B, F. E en B liggen precies tegenover elkaar, in het midden van hun lange zijde.
| Zijde | Letters |
|---|---|
| Korte zijde (ingang) | A |
| Lange zijde (A → C) | K – E – H |
| Korte zijde (tegenover ingang) | C |
| Lange zijde (C → A) | M – B – F |
Op de denkbeeldige middenlijn — de lijn die A en C door het midden van de baan verbindt — liggen nog drie letters: D, X en G. X is exact het midden van de baan, het punt waar de meeste proeven een halt of een groet plannen.
Een bekende ezelsbrug voor de volgorde A-K-E-H-C-M-B-F is de Engelse zin "All King Edward's Horses Can Master Big Fences". Er bestaat geen gangbare Nederlandse variant; de meeste ruiters leren de letters gewoon door ze vaak te rijden.
De letters op de 20×60 baan
De grote baan heeft dezelfde acht buitenletters, aangevuld met extra letters tussen K-E-H en M-B-F. Op de ene lange zijde komt dat neer op K, V, E, S, H, op de andere op M, R, B, P, F. De middenlijn krijgt er ook twee bij: D, L, X, I, G, met X nog altijd op het midden.
| Zijde | Letters |
|---|---|
| Lange zijde | K – V – E – S – H |
| Lange zijde | M – R – B – P – F |
| Middenlijn | D – L – X – I – G |
Voor het precieze officiële schema, de afstanden tussen de letters en hoe ze in proeven worden gebruikt, is knhs.nl de bron om te raadplegen — dat verschilt per proef en klasse.
Wat de letters betekenen zodra je erop rijdt, staat kort uitgelegd in de jargonlijst: het pad vlak langs de wand heet de hoefslag, en de letters markeren waar je een oefening begint of eindigt.
De basisfiguren
Met de letters als ankerpunten bouwt elke les een klein aantal vaste figuren op. Ze keren in vrijwel elke proef terug.
- De volte. Een cirkel van vaste diameter, meestal getekend vanaf een letter. Oefent buiging en balans, en is de meest gebruikte figuur om nieuwe combinaties (jij en je paard samen) op te warmen.
- De halve volte. Een halve cirkel die terugkeert naar de hoefslag op een ander punt dan waar hij begon. Vaak de opstap naar van hand veranderen.
- Van hand veranderen. De rijrichting wisselen — bijvoorbeeld via de diagonaal (van hoek naar hoek dwars door de baan) of via de lengte of breedte van de bak. Dit voorkomt dat het paard eenzijdig getraind raakt.
- De slangenvolte. Een reeks bogen langs de lange zijde, waarbij je steeds van de ene naar de andere kant van de middenlijn zwenkt. Vraagt om steeds opnieuw buigen en rechten, en is een goede maat voor souplesse.
- De grote en kleine cirkel. Cirkels van een grotere diameter dan de volte, vaak gebruikt om een gang rustig aan te nemen of terug te brengen voor er een preciezere figuur volgt.
Kort samengevat
- Er zijn twee standaardmaten: de 20×40 baan en de grote 20×60 baan.
- Op de 20×40 baan liggen A en C op de korte zijden, K-E-H en M-B-F op de lange zijden, en D-X-G op de middenlijn.
- De 20×60 baan voegt V-S en R-P toe aan de lange zijden en L-I aan de middenlijn; X blijft het midden.
- Volte, halve volte, van hand veranderen, slangenvolte en de grote of kleine cirkel zijn de figuren die je het vaakst terugziet.
- Voor het officiële schema en het gebruik in proeven is knhs.nl de bron om te checken.
Zie ook: Je eerste dressuurproef rijden · Jargon dat je gaat horen · Jargon · Niveau: wedstrijd