Gids · Gezondheid4 min leestijdNiveau 2 · Eigen paard overwegen

Dierenarts en gezondheid: vaccinaties, ontwormen en gebit

Welke veterinaire zorg routine is voor een eigen paard: vaccinatieschema, ontwormen op maat en de jaarlijkse gebitscontrole.

StalwijsBijgewerkt 2 november 2026Geverifieerd tegen 11 bronnen op 2 september 2026, vaccinaties, ontwormen en gebit 2 november 2026

Een gezond paard ziet de dierenarts vooral voor routine, niet voor noodgevallen. Drie dingen keren elk jaar terug: vaccineren, ontwormen en de gebitscontrole. Hieronder wat daarbij komt kijken en wanneer je belt.

Vaccineren: tetanus en influenza als basis

Vrijwel elk paard in Nederland krijgt twee basisentingen. Tetanus (klem) is een bacteriële infectie die via wondjes binnenkomt. De ziekte verloopt vaak dodelijk en er bestaat geen echte behandeling; bescherming is daarom geen luxe. Influenza (paardengriep) is besmettelijk en verspreidt zich snel op stallen en wedstrijden.

Een veelgebruikt ritme ziet er zo uit:

Enting Eerste reeks Herhaling daarna
Tetanus Twee prikken kort na elkaar, daarna een herhaling volgens de bijsluiter van het vaccin Vaak eens per twee jaar
Influenza Drie prikken: de tweede 21 tot 60 dagen na de eerste, de derde 120 dagen tot 6 maanden en 21 dagen na de tweede (basisreeks sinds 1 april 2024) Jaarlijks (KNHS-wedstrijden); FEI-internationaal binnen 6 maanden en 21 dagen

De exacte intervallen verschillen per vaccin en per situatie. Voor tetanus noemt de Amerikaanse Merck Veterinary Manual een jaarlijkse herhaling, terwijl in Nederland vaak wordt gedacht dat eens per twee jaar volstaat. Daar is volgens het Universitair Dierenziekenhuis Utrecht (UDI) nog geen wetenschappelijk bewijs voor. Wie wedstrijden rijdt onder de KNHS heeft te maken met verplichte influenza-enting en strikte termijnen die in het paspoort genoteerd moeten staan; rijdt de termijn af, dan mag je niet starten. Een enting moet bovendien minstens zeven dagen voor de wedstrijd gezet zijn. Controleer de actuele eis op knhs.nl, want die kan wijzigen.

Naast de basis bestaan er entingen tegen onder meer rhinopneumonie (EHV) en droes. Of die zinvol zijn hangt af van je stalsituatie en of er drachtige merries staan. Dat is een gesprek met je dierenarts, geen standaardkeuze.

Ontwormen: meten in plaats van blind ontwormen

Het advies is de afgelopen jaren verschoven. Vroeger ontwormde je elk paard volgens een vast schema; nu is het uitgangspunt ontwormen op basis van onderzoek. Routinematig ontwormen jaagt de resistentie van wormen tegen de middelen aan, en dat is een groeiend probleem. Dat staat ook in de Leidraad Paard en Parasieten van de KNMvD en Royal GD (oktober 2024), een handleiding voor dierenartsen.

In de praktijk komt het neer op:

  • Een mestonderzoek (de telling van wormeieren in een mestmonster): in het eerste jaar drie keer, voor het weideseizoen, in de zomer en in september. Blijft de uitslag laag, dan kan het daarna minder vaak. Veel paarden dragen weinig wormen: ongeveer een derde van de volwassen paarden scheidt zoveel eieren uit dat behandelen wenselijk is.
  • Ontwormen alleen wanneer de telling daar aanleiding toe geeft. De Leidraad noemt een uitslag boven 200 eieren per gram mest in een individueel monster.
  • Lintworm toon je aan met een speekseltest en behandel je alleen bij een aangetoonde of sterk vermoede besmetting. Een paardenhorzel vraagt meestal geen behandeling; het verwijderen van de gele eitjes van de benen helpt.

Welk middel en welke dosis past, bepaalt de dierenarts op basis van gewicht en de gevonden wormsoort. Verzin hier zelf niets: een verkeerde dosis kan schadelijk zijn, bij sommige middelen vooral voor veulens en magere paarden. Een kuur in het najaar of de winter kan bovendien zelf een ernstige darmontsteking uitlokken, dus ontworm dan alleen op advies van de dierenarts. Combineer dit altijd met weidehygiëne: mest regelmatig van het land halen verlaagt de wormdruk sterk, zodat je minder vaak hoeft te ontwormen. Hoe dat werkt staat in Wormvrij grasland.

Gebit: eens per jaar laten controleren

Paardentanden blijven het hele leven doorgroeien en slijten door het kauwen. Omdat de boven- en onderkaak niet perfect op elkaar passen, ontstaan er scherpe randen (haken) die de wang of tong beschadigen. Bij een normaal gebit volstaat volgens de KNHS een jaarlijkse controle, waarbij die randen worden afgevlakt (raspen of vijlen). Die controle hoort daarom bij de routine.

Signalen dat het gebit aandacht nodig heeft:

  • Voer dat half gekauwd uit de bek valt (proppen) of onverteerde korrels in de mest.
  • Het paard houdt het hoofd scheef, gooit met het hoofd of reageert anders op het bit.
  • Slechte adem, gewichtsverlies of weigeren van krachtvoer.

Laat het raspen doen door een dierenarts of een gebitsverzorger. Een gebitsverzorger die geen dierenarts is, mag raspen en vijlen, maar geen tanden of kiezen trekken en het paard niet verdoven: dat mag alleen een dierenarts. Het beroep van gebitsverzorger is niet beschermd, dus de overheid controleert niet of iemand een opleiding heeft gevolgd. Vraag daarom naar opleiding en ervaring. Heeft het paard een afwijkend gebit, dan is een controle elke zes maanden beter. Bij jonge paarden (ongeveer 2,5 tot 5 jaar) is vaker controleren zinvol, omdat de blijvende tanden doorkomen en de melktanden wisselen.

Wat een routinejaar grofweg kost

Cijfers lopen uiteen per regio en praktijk, maar als richtlijn voor een gezond paard:

Post Indicatie per jaar
Vaccinaties grofweg €50–€120
Mestonderzoek + gericht ontwormen grofweg €40–€90
Gebitscontrole en raspen grofweg €70–€150

Reken op een basis van een paar honderd euro per jaar aan routinezorg, los van onverwachte kosten. Veel dierenartspraktijken werken met een gezondheidsplan of bedrijfsbezoek waarbij ze meerdere paarden op stal in één rit doen; dat drukt de voorrijkosten. Vraag ernaar als je paard in pension staat.

Wanneer je niet wacht op de routine

Routine is plannen; sommige dingen zijn dat niet. Bel direct met de dierenarts bij tekenen van koliek (rollen, krabben naar de buik, niet willen eten, geen mest), bij plotselinge kreupelheid, bij een diepe of sterk bloedende wond, bij hoge ademhaling in rust, of bij een paard dat suf is en niet drinkt. Bij twijfel geldt: eerder bellen dan later. Een telefonische inschatting kost niets en de dierenarts beslist of langskomen nodig is.

Kort samengevat

  • Vaccineren tegen tetanus en influenza is de basis; wedstrijdruiters volgen de KNHS-termijnen strikt en houden het paspoort bij.
  • Ontworm op basis van mestonderzoek, niet blind volgens een schema, en houd de weide schoon.
  • Laat het gebit jaarlijks controleren en let op proppen, hoofdscheefheid of gewichtsverlies.
  • Plan de routine, maar herken de noodsignalen en bel dan meteen.

De termen hierboven staan uitgelegd in het overzicht van paardentermen. Voor de exacte, actuele vaccinatie-eisen en ontwormadviezen blijft je eigen dierenarts de bron. Dit overzicht helpt je het gesprek voor te bereiden.


Bronnen (geverifieerd 2 september 2026, vaccinaties, ontwormen en gebit 2 november 2026): KNHS: Welke vaccinaties heeft mijn paard nodig voor wedstrijden? · FEI: Vaccinations · Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Tetanus · Universitair Dierenziekenhuis Utrecht: Tetanus of klem, bestaat dat nog? · Merck Veterinary Manual: Tetanus in Animals · Merck Veterinary Manual: Vaccination Program for Horses · KNMvD en Royal GD: Leidraad Paard en Parasieten, uitgebreide versie 21 oktober 2024 · KNHS: Lees meer over gebitsverzorging van je paard · Sectorraad Paarden: NVWA publiceert overzicht van bevoegdheden in de diergeneeskunde · NVWA: Welke bevoegdheden heb ik als diergeneeskundige? · Merck Veterinary Manual: Dental Disorders of Horses · prijspeil van Nederlandse aanbieders 2026 (indicaties, geen officiële tarieven)

Zie ook: Welke verzekeringen je nodig hebt · Wat kost paardrijden? · Niveau: eigen paard

Samengesteld op basis van openbare vakbronnen. Voor een diagnose of dosering is een dierenarts de aangewezen bron.