Een gezond paard ziet de dierenarts vooral voor routine, niet voor noodgevallen. Drie dingen keren elk jaar terug: vaccineren, ontwormen en de gebitscontrole. Hieronder wat daarbij komt kijken en wanneer je belt.
Vaccineren: tetanus en influenza als basis
Vrijwel elk paard in Nederland krijgt twee basisentingen. Tetanus (klem) is een bacteriële infectie die via wondjes binnenkomt en bijna altijd dodelijk is; bescherming is daarom geen luxe. Influenza (paardengriep) is besmettelijk en verspreidt zich snel op stallen en wedstrijden.
Een veelgebruikt ritme ziet er zo uit:
| Enting | Eerste reeks | Herhaling daarna |
|---|---|---|
| Tetanus | Twee prikken, daarna een derde na enkele maanden | Doorgaans elke 2–3 jaar |
| Influenza | Twee prikken, een paar weken uit elkaar | Jaarlijks, soms halfjaarlijks |
De exacte intervallen verschillen per vaccin en per situatie. Wie wedstrijden rijdt onder de KNHS heeft te maken met verplichte influenza-enting en strikte termijnen die in het paspoort genoteerd moeten staan; rijdt de termijn af, dan mag je niet starten. Controleer de actuele eis op knhs.nl, want die kan wijzigen.
Naast de basis bestaan er entingen tegen onder meer rhinopneumonie (EHV) en droes. Of die zinvol zijn hangt af van je stalsituatie en of er drachtige merries staan. Dat is een gesprek met je dierenarts, geen standaardkeuze.
Ontwormen: meten in plaats van blind ontwormen
Het advies is de afgelopen jaren verschoven. Vroeger ontwormde je elk paard volgens een vast schema; nu is het uitgangspunt ontwormen op basis van onderzoek. Routinematig ontwormen jaagt de resistentie van wormen tegen de middelen aan, en dat is een groeiend probleem.
In de praktijk komt het neer op:
- Een paar keer per jaar een mestonderzoek (de telling van wormeieren in een mestmonster). Veel paarden dragen weinig wormen en hoeven dan niet ontwormd te worden.
- Ontwormen alleen wanneer de telling of een bloedtest daar aanleiding toe geeft.
- Op een vast moment, vaak rond de winter, gericht behandelen tegen wormsoorten die je niet via een gewone eitelling ziet (zoals lintworm of horzellarven).
Welk middel en welke dosis past, bepaalt de dierenarts op basis van gewicht en de gevonden wormsoort. Verzin hier zelf niets: te laag doseren werkt resistentie in de hand, te hoog kan schadelijk zijn. Combineer dit altijd met weidehygiëne — mest regelmatig van het land halen breekt de wormcyclus effectiever dan welk middel ook.
Gebit: eens per jaar laten controleren
Paardentanden blijven het hele leven doorgroeien en slijten door het kauwen. Omdat de boven- en onderkaak niet perfect op elkaar passen, ontstaan er scherpe randen (haken) die de wang of tong beschadigen. Een jaarlijkse controle, waarbij die randen worden afgevlakt (raspen of vijlen), hoort daarom bij de routine.
Signalen dat het gebit aandacht nodig heeft:
- Voer dat half gekauwd uit de bek valt (proppen) of onverteerde korrels in de mest.
- Het paard houdt het hoofd scheef, gooit met het hoofd of reageert anders op het bit.
- Slechte adem, gewichtsverlies of weigeren van krachtvoer.
Laat het raspen doen door een dierenarts of een gecertificeerde gebitsverzorger, niet door iemand zonder opleiding — verkeerd vijlen richt meer schade aan dan het oplost. Bij jonge paarden (tot een jaar of vijf) is vaker controleren zinvol, omdat de melktanden wisselen.
Wat een routinejaar grofweg kost
Cijfers lopen uiteen per regio en praktijk, maar als richtlijn voor een gezond paard:
| Post | Indicatie per jaar |
|---|---|
| Vaccinaties | grofweg €50–€120 |
| Mestonderzoek + gericht ontwormen | grofweg €40–€90 |
| Gebitscontrole en raspen | grofweg €70–€150 |
Reken op een basis van een paar honderd euro per jaar aan routinezorg, los van onverwachte kosten. Veel dierenartspraktijken werken met een gezondheidsplan of bedrijfsbezoek waarbij ze meerdere paarden op stal in één rit doen; dat drukt de voorrijkosten. Vraag ernaar als je paard in pension staat.
Wanneer je niet wacht op de routine
Routine is plannen; sommige dingen zijn dat niet. Bel direct met de dierenarts bij tekenen van koliek (rollen, krabben naar de buik, niet willen eten, geen mest), bij plotselinge kreupelheid, bij een diepe of sterk bloedende wond, bij hoge ademhaling in rust, of bij een paard dat suf is en niet drinkt. Bij twijfel geldt: eerder bellen dan later. Een telefonische inschatting kost niets en de dierenarts beslist of langskomen nodig is.
Kort samengevat
- Vaccineren tegen tetanus en influenza is de basis; wedstrijdruiters volgen de KNHS-termijnen strikt en houden het paspoort bij.
- Ontworm op basis van mestonderzoek, niet blind volgens een schema, en houd de weide schoon.
- Laat het gebit jaarlijks controleren en let op proppen, hoofdscheefheid of gewichtsverlies.
- Plan de routine, maar herken de noodsignalen en bel dan meteen.
De termen hierboven staan uitgelegd in het jargon-overzicht. Voor de exacte, actuele vaccinatie-eisen en ontwormadviezen blijft je eigen dierenarts de bron — dit overzicht helpt je het gesprek voor te bereiden.
Zie ook: Welke verzekeringen je nodig hebt · Wat kost paardrijden? · Niveau: eigen paard