Nieuws · Regelgeving28 juni 2026Niveau 3 · Eerste wedstrijden

De KNHS-wedstrijdklassen, van B tot Grand Prix, uitgelegd

Bij de KNHS lopen dressuur en springen op in klassen van oplopende moeilijkheid. Promotie gaat niet op aanvraag, maar op winstpunten.

Stalwijs
Origineel achtergrondartikel van Stalwijs

Het wedstrijdsysteem van de KNHS deelt dressuur en springen in op klassen die oplopen in moeilijkheid. Wie instapt begint laag en klimt op via resultaten, niet via een aanvraag. De letters zijn bekend — B, L, M, Z, ZZ — maar de betekenis en de manier van promoveren zijn dat minder.

De klassen, van laag naar hoog

De ladder loopt B – L – M – Z – ZZ, en in dressuur daarboven nog Lichte Tour en Grand Prix. B is de basis; elke volgende letter vraagt meer scholing. De letters betekenen per discipline iets anders: een B in dressuur en een B in springen zijn niet hetzelfde startpunt. In springen loopt de hindernishoogte mee op met de klasse, van rond de 90 centimeter in B tot ruim boven de 1,40 meter in de hoogste klassen. In dressuur draait het om de zwaarte van de oefeningen: klasse B vraagt stap, draf en arbeidsgalop met eenvoudige overgangen, terwijl vanaf L de eerste verzamelde gangen en uitgestrekte draf erbij komen.

Instappen: bijna altijd in B

Voor springen is de instap eenduidig: vrijwel iedereen rijdt zijn eerste wedstrijd in klasse B, met hindernissen tot ongeveer 90 centimeter. In dressuur bestaat er één keuze, B of L, maar ook daar begint de meerderheid in B. Direct in L starten kan, maar alleen als het paard de verzamelde gangen al beheerst. De vuistregel luidt: bij twijfel een klasse lager, omdat een sterke proef in een lage klasse meer oplevert dan een moeizame in een hoge.

Promotie gaat op winstpunten

Opklimmen gebeurt niet op eigen initiatief, maar via winstpunten: punten die een combinatie van ruiter en paard verdient met een goed resultaat. Een belangrijk detail is dat de punten op de combinatie staan, niet op de ruiter alleen. Wie later met een ander paard begint, start met die nieuwe combinatie weer onderaan.

In springen levert een foutloze ronde in de lagere klassen twee winstpunten op en een ronde met één tot vier strafpunten één punt; in de laagste klassen telt daarbij het stijlcijfer mee. In dressuur hangt het winstpunt aan de eindscore, die in procenten wordt uitgedrukt. Een eindscore boven de 60 procent geldt als een nette eerste proef.

Mag, en moet

Per klasse gelden twee drempels. Vanaf ongeveer tien winstpunten mág een combinatie promoveren; bij dertig (dressuur) of veertig (springen, in de lagere klassen) wordt het verplicht. Daartussen kiest de ruiter zelf. In de dressuur wordt de overgang definitief zodra de combinatie vijf winstpunten in de hogere klasse heeft staan; vanaf dat moment is starten in de oude klasse niet meer toegestaan. Terugzakken naar een lagere klasse is in principe niet mogelijk. De exacte aantallen kunnen per reglement wijzigen en staan actueel op knhs.nl.

Samengesteld door de Stalwijs-redactie op basis van openbare vakbronnen. Genoemde bedragen en klasse-eisen zijn richtinggevend en kunnen per seizoen wijzigen.